Je EigenRoute
InloggenRegistreren

Woordenschat

142 woorden · pagina 2 van 6

  • het aanspreekpuntB1

    point of contact

    Zij is het aanspreekpunt voor nieuwe cursisten.

  • de aanspreekvormB1

    form of address

    In een formele brief gebruik je de aanspreekvorm 'u'.

  • aansprekenB1scheidbaaronregelmatig

    sprak aan · spraken aan · hebben aangesproken

    to address, to speak to

    Ik durfde hem er niet op aan te spreken.

  • de aanstellingA2

    appointment (to a post)

    Zij kreeg een vaste aanstelling.

  • aansturenB1scheidbaar

    stuurde aan · hebben aangestuurd

    to manage, to lead

    Zij stuurt een team van acht mensen aan.

  • het aantalA1

    number, amount

    Het aantal deelnemers groeit.

  • de aantekeningB1

    note

    Maak aantekeningen tijdens de les.

  • de aanvalB1

    attack

    Na de aanval op de winkel kwam de politie snel.

  • de aanvraagB1

    application, request

    Uw aanvraag voor huurtoeslag is goedgekeurd.

  • het aanvraagformulierB1

    application form

    Het aanvraagformulier vindt u op de website.

  • aanvragenB1scheidbaaronregelmatig

    vroeg aan · vroegen aan · hebben aangevraagd

    to apply for

    Je kunt de toeslag online aanvragen.

  • aanvullenB1scheidbaar

    vulde aan · hebben aangevuld

    to add to, to supplement

    Wil iemand dat nog aanvullen?

  • aanwezigA2

    present

    Je moet minstens 80% aanwezig zijn.

  • de aanwezigheidA2

    attendance, presence

    Wij stellen uw aanwezigheid op prijs.

  • de aardappelA1

    potato

    We eten vanavond aardappelen.

  • de aardbeiA1

    strawberry

    In juni zijn de aardbeien het lekkerst.

  • de aardeA2

    earth

    De aarde warmt sneller op dan verwacht.


    soil, earth (the material)

    Doe wat aarde in de pot voordat je de plant erin zet.

  • aardigA2

    nice, kind

    Mijn nieuwe collega's zijn erg aardig.

  • absoluutB1

    absolutely

    Dat wil ik absoluut niet missen.

  • accepterenB1

    accepteerde · hebben geaccepteerd

    to accept (an offer, a situation)

    Ik heb het aanbod van mijn nieuwe werkgever geaccepteerd.

  • het accountA2

    account (online)

    Maak eerst een account aan op de website.

  • achtA1

    eight

    Ik begin om acht uur.

  • achterA1

    behind

    De tuin ligt achter het huis.

  • de achterdeurA1

    back door

    Via de achterdeur kom je in de tuin.

  • de achtergrondB1

    background

    Op onze school zitten kinderen met verschillende achtergronden.