Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
266 palabras · página 5 de 11
weinigA1
poco
Ik heb weinig tijd.
wekelijksA1
semanalmente
De les is wekelijks op dinsdag.
welbespraaktB2
elocuente
Hij is een welbespraakt spreker.
weliswaarB2
ciertamente, si bien
Het is weliswaar duur, maar het werkt.
welkeA1
cuál, qué
Welke bus moet ik nemen?
welkomA1
bienvenido
Welkom bij ons thuis!
wellichtB2
quizá
Wellicht kunnen we een andere datum kiezen.
welsprekendB2
elocuente
Zij is een welsprekend spreker.
welvaartB2
prosperidad
Nederland kent een hoge welvaart.
welvaartsniveauB2
nivel de bienestar
Het welvaartsniveau is hier hoog.
welvaartspeilB2
nivel de bienestar
Het welvaartspeil verschilt sterk per regio.
welvaartsverdelingB2
distribución de la riqueza
De welvaartsverdeling is een politiek strijdpunt.
welvaartsverschilB2
diferencia de bienestar
De welvaartsverschillen tussen regio's zijn groot.
welwillendB2
benevolente
De directie stond welwillend tegenover het voorstel.
welzijnB2
bienestar
Het welzijn van werknemers krijgt meer aandacht.
wensenB2
desear
Wij wensen u veel beterschap.
wereldA1
mundo
Nederlandse kaas is bekend in de hele wereld.
werelderfgoedB2
patrimonio mundial
Dit gebied staat op de lijst van werelderfgoed.
wereldgezondheidsorganisatieB2
Organización Mundial de la Salud
De wereldgezondheidsorganisatie adviseerde terughoudendheid.
werkA1
trabajo
Ik ga om acht uur naar mijn werk.
werk-privébalansB2
conciliación laboral y personal
Zijn werk-privébalans is zoek.
werkafspraakA2
acuerdo de trabajo
We maken hierover een werkafspraak.
werkbegeleidingB1
acompañamiento laboral
Nieuwe medewerkers krijgen werkbegeleiding.
werkbesprekingB1
reunión operativa
De werkbespreking is elke maandagochtend.
werkbriefjeA2
hoja de horas
Lever je werkbriefje op vrijdag in.

