Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
266 palabras · página 2 de 11
wandelingB1
paseo
We maken elke zondag een wandeling.
wandelrouteB1
ruta de senderismo
Deze wandelroute is tien kilometer lang.
wangA1
mejilla
Haar wangen zijn rood van de kou.
wanhoopB2
desesperación
Uit wanhoop belde hij de hulplijn.
wanhopigB2
desesperado
Hij zocht wanhopig naar een oplossing.
wanneerA1
cuándo
Wanneer begint de les?
wanprestatieB2
incumplimiento de la prestación
Bij wanprestatie kun je de overeenkomst ontbinden.
wantA1
porque
Ik blijf thuis, want ik ben ziek.
wantrouwenB2
desconfianza
Het wantrouwen tegenover de overheid groeit.
warmA1
caliente
De soep is nog warm.
warming-upB2
calentamiento
Sla de warming-up nooit over.
warmtenetB2
red de calor
De wijk wordt aangesloten op een warmtenet.
warmtepompB2
bomba de calor
Een warmtepomp vervangt de gasketel.
warmteverliesB2
pérdida de calor
Het meeste warmteverlies gaat via het dak.
wasdrogerA2
secadora
In de winter gebruik ik de wasdroger.
wasgoedA2
la colada
Het wasgoed hangt buiten te drogen.
wasmachineA2
lavadora
De wasmachine is kapot.
wasmandA1
cesto de la ropa
De vuile kleren liggen in de wasmand.
wassenA2
lavar
Ik moet nog kleren wassen.
wastafelA2
lavabo
De kraan van de wastafel lekt.
watA1
qué
Wat doe je?
wat mij betreftB2
por mi parte
Wat mij betreft beginnen we meteen.
waterA1
agua
Drink veel water op een warme dag.
waterbeheerB2
gestión del agua
Nederland staat bekend om zijn waterbeheer.
waterbergingB2
zona de retención de agua
Bij hevige regen is waterberging nodig.

