Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
423 palabras · página 7 de 17
sloganB2
eslogan
Iedereen kent die slogan.
slootB2
zanja
Langs het weiland loopt een sloot.
slordigB2
descuidado
Het rapport was slordig geschreven.
slotformuleB2
fórmula de despedida
"Met vriendelijke groet" is de gebruikelijke slotformule.
sluikB2
lacio
Zijn haar hangt sluik langs zijn gezicht.
sluisB2
esclusa
Het schip wacht voor de sluis.
sluitenA1
cerrar
De deur sluit automatisch.
smaakA2
sabor
De smaak is een beetje zoet.
smaakzinB2
sentido del gusto
De smaakzin verandert met de leeftijd.
smartphoneB2
teléfono inteligente
Vrijwel iedereen heeft een smartphone.
smeltpuntB2
punto de fusión
IJzer heeft een hoog smeltpunt.
smogB2
esmog
Bij warm weer ontstaat sneller smog.
snackA2
tentempié
Neem een gezonde snack mee.
sneeuwB1
nieve
In Nederland valt weinig sneeuw.
snelA1
rápido
Hij loopt heel snel.
snelheidslimietB1
límite de velocidad
Binnen de bebouwde kom geldt een snelheidslimiet van 30.
snelwegA2
autopista
Op de snelweg mag je honderd.
snijdenA2
cortar
Snijd de groente in kleine stukjes.
snijplankA2
tabla de cortar
Snijd de groente op de snijplank.
snoeienB2
podar
De struiken moeten gesnoeid worden.
snoepA1
dulces
Kinderen eten te veel snoep.
soberB2
sobrio
De inrichting is bewust sober.
sociaalB1
social
Hij is heel sociaal en maakt snel contact.
sociaaleconomischB2
socioeconómico
De sociaaleconomische verschillen zijn groot.
sociale klasseB2
clase social
Sociale klasse bepaalt nog steeds veel.

