Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
423 palabras · página 6 de 17
sinaasappelA1
naranja
Ik pers elke ochtend een sinaasappel.
sindsA1
desde
Ik woon hier sinds 2022.
sinterklaasB2
fiesta de San Nicolás
Sinterklaas is vooral een kinderfeest.
situatieA2
situación
Leg de situatie even uit.
slaA1
lechuga
Er ligt sla in de koelkast.
slaapA1
sueño
Ik heb te weinig slaap gehad.
slaapgebrekA2
falta de sueño
Door slaapgebrek kan ik me slecht concentreren.
slaapkamerA1
dormitorio
Wij hebben twee slaapkamers.
slaapkwaliteitB2
calidad del sueño
Schermgebruik verslechtert de slaapkwaliteit.
slaapmiddelB2
somnífero
Een slaapmiddel is geen langetermijnoplossing.
slaapritmeB2
ritmo del sueño
Nachtdiensten verstoren je slaapritme.
slachtofferB2
víctima
Het slachtoffer is aanspreekbaar.
slagaderB2
arteria
De slagader vervoert zuurstofrijk bloed.
slagenB1
aprobar
Zij is voor het examen geslaagd.
slagerA2
carnicería
Bij de slager is het vlees beter.
slankB2
delgado
Zij is lang en slank.
slapeloosheidB2
insomnio
Slapeloosheid komt vaak door stress.
slapenA2
dormir
Ik heb slecht geslapen.
slavernijverledenB2
pasado esclavista
De stad bood excuses aan voor het slavernijverleden.
slechtA1
malo
Het weer is vandaag slecht.
sleutelA2
llave
Ik ben mijn sleutel kwijt.
sleutelbeenB2
clavícula
Het sleutelbeen breekt vaak bij fietsers.
sleutelbosA1
manojo de llaves
Mijn sleutelbos ligt op de kast.
sleuteloverdrachtB2
entrega de llaves
De sleuteloverdracht is op 1 juli.
slikkenB2
tragar saliva
Zij slikte even voordat ze antwoordde.

