Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
423 palabras · página 12 de 17
sproetenB2
pecas
In de zomer krijgt zij sproeten.
sprookjeB2
cuento de hadas
Elk sprookje heeft een moraal.
spullenA1
cosas
Neem je spullen mee.
staafdiagramB2
gráfico de barras
Het staafdiagram vergelijkt vier jaren.
staanA1
estar de pie
De auto staat voor het huis.
staarB2
cataratas
Staar is goed te opereren.
staatsbestelB2
sistema estatal
Het staatsbestel is in de grondwet vastgelegd.
staatsburgerB2
ciudadano del Estado
Na naturalisatie ben je Nederlands staatsburger.
staatshoofdB2
jefe de Estado
Het staatshoofd ondertekent de wetten.
staatsinrichtingB2
organización del Estado
De staatsinrichting van Nederland is een monarchie met een parlement.
staatsschuldB2
deuda pública
De staatsschuld is de afgelopen jaren opgelopen.
staatssteunB2
ayuda estatal
Het bedrijf kreeg staatssteun tijdens de crisis.
stadA1
ciudad
Amsterdam is een grote stad.
stadsdeelB2
distrito urbano
Elk stadsdeel heeft een eigen bestuur.
stadsvernieuwingB2
renovación urbana
Door stadsvernieuwing kreeg de buurt een ander karakter.
stageB1
prácticas
Hij loopt stage bij een groot bedrijf.
stagebegeleiderB2
tutor de prácticas
De stagebegeleider komt twee keer langs.
stagevergoedingB2
remuneración de prácticas
De stagevergoeding is vierhonderd euro per maand.
stakingB2
huelga
Door de staking reden er geen treinen.
stamB2
raíz verbal
De stam van 'werken' is 'werk'.
standaardafwijkingB2
desviación estándar
De standaardafwijking is klein.
standaardbriefB2
carta estándar
Dit is duidelijk een standaardbrief.
standaardiserenB2
estandarizar
We willen de werkwijze standaardiseren.
standby-verbruikB2
consumo en espera
Standby-verbruik kost per jaar tientallen euro's.
standpuntB2
punto de vista
Zij verdedigde haar standpunt goed.

