Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

423 palabras · página 10 de 17

  • spierscheuringB2

    desgarro muscular

    Met een spierscheuring lig je maanden stil.

  • spierweefselB2

    tejido muscular

    Bij te weinig eiwit verlies je spierweefsel.

  • spijbelenB2

    hacer novillos

    Hij spijbelde twee weken lang.

  • spijsverteringB2

    digestión

    Beweging helpt de spijsvertering.

  • spijtB2

    arrepentimiento

    Ik heb spijt van die opmerking.

  • spijtgevoelB2

    sensación de arrepentimiento

    Achteraf hield hij een spijtgevoel over.

  • spinazieA1

    espinaca

    Spinazie zit vol ijzer.

  • spitsB1

    hora punta

    Reis liever buiten de spits.

  • spitsuurB1

    hora punta

    Vermijd het spitsuur als het kan.

  • spoedA2

    urgencia

    Bij spoed belt u dit nummer.

  • spoedeisende hulpB2

    urgencias

    Hij is naar de spoedeisende hulp gebracht.

  • spoedgevalB1

    caso de urgencia

    Bij een spoedgeval belt u 112.

  • spoedhulpB2

    atención de urgencia

    Bij spoedhulp telt elke minuut.

  • sponsoringB2

    patrocinio

    De club leeft van sponsoring.

  • sponsorloopB2

    carrera patrocinada

    De school hield een sponsorloop.

  • spontaniteitB2

    espontaneidad

    Zijn spontaniteit maakt hem geliefd.

  • spoorlijnB1

    línea ferroviaria

    De spoorlijn wordt volgend jaar vernieuwd.

  • sportB1

    deporte

    Welke sport doe jij?

  • sportabonnementB1

    abono deportivo

    Mijn sportabonnement loopt per maand.

  • sportartsB2

    médico deportivo

    De sportarts bepaalt wanneer hij weer mag spelen.

  • sportevenementB1

    evento deportivo

    Het sportevenement trekt duizenden bezoekers.

  • sportiefB1

    deportista

    Hij is heel sportief.

  • sportkantineB1

    cantina del club

    Na de wedstrijd zitten we in de sportkantine.

  • sportlesB1

    clase de deporte

    De sportles begint om zeven uur.

  • sportmassageB2

    masaje deportivo

    Na de wedstrijd volgt een sportmassage.