Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
289 palabras · página 7 de 12
oogstfeestB2
fiesta de la cosecha
Het oogstfeest is een oude traditie.
ooievaarB2
cigüeña
De ooievaar bouwt zijn nest op een paal.
ookA1
también
Ik kom ook mee.
oomA1
tío
Mijn oom woont in Duitsland.
oorA1
oreja
Mijn oor doet pijn.
oorlogsvoeringB2
conducción de la guerra
Moderne oorlogsvoering is grotendeels digitaal.
oorpijnA2
dolor de oído
Het kind heeft oorpijn.
opA1
sobre, en
Het boek ligt op tafel.
op grond vanB2
en virtud de
Op grond van deze cijfers besluiten wij anders.
opaA1
abuelo
Mijn opa vertelt graag verhalen.
opbellenA2
llamar por teléfono
Ik bel je morgen op.
opbergenA2
guardar (en su sitio)
Berg je spullen op in de kast.
opbeurenB2
animar
Een kaartje kan iemand echt opbeuren.
opdatB2
para que
Wij melden dit opdat u tijdig kunt reageren.
opdrachtA2
encargo, tarea
Ik heb deze opdracht van mijn baas gekregen.
opdrachtbevestigingB2
confirmación del encargo
Stuur eerst een opdrachtbevestiging.
opdrachtgeverB2
cliente contratante
De opdrachtgever betaalt binnen dertig dagen.
openA1
abierto
De winkel is nog open.
openbaarB1
público
De vergadering is openbaar.
openbaarvervoerB2
transporte público
Met openbaarvervoer ben je er in een uur.
openbare ordeB1
orden público
De politie handhaaft de openbare orde.
openbare ruimteB2
espacio público
De openbare ruimte moet voor iedereen toegankelijk zijn.
openenA1
abrir
De winkel opent om negen uur.
openhartigB2
franco
Hij sprak openhartig over zijn fouten.
openhartigheidB2
franqueza
Zijn openhartigheid verraste iedereen.

