Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
289 palabras · página 12 de 12
overstapB2
transbordo
De overstap in Utrecht duurt vier minuten.
overstappenA2
hacer transbordo
In Utrecht moet je overstappen.
overstapserviceB2
servicio de cambio de compañía
De overstapservice regelt de opzegging voor je.
overstekenB1
cruzar
Steek hier voorzichtig over.
overstromingB1
inundación
De overstroming veroorzaakte veel schade.
overtuigenB2
convencer
Hij wist iedereen te overtuigen.
overtuigingskrachtB2
poder de convicción
Zijn betoog mist overtuigingskracht.
overtuigingstechniekB2
técnica de persuasión
Reclame gebruikt bekende overtuigingstechnieken.
overtuigingsvermogenB2
capacidad de convicción
Zij heeft veel overtuigingsvermogen.
overurenA2
horas extras
Deze week heb ik veel overuren gemaakt.
overwaardeB2
plusvalía de la vivienda
Door de overwaarde konden zij verbouwen.
overweldigdB2
abrumado
Zij was overweldigd door alle reacties.
overwerkB1
horas extra
Overwerk wordt bij ons niet betaald.
overzichtA2
resumen general
Hier is een overzicht van de kosten.

