Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

289 palabras · página 11 de 12

  • overalA2

    en todas partes

    Er liggen overal fietsen.

  • overbelastingB2

    sobrecarga

    Overbelasting op het werk kan tot uitval leiden.

  • overboekenB1

    transferir

    Ik heb het bedrag gisteren overgeboekt.

  • overboekingB2

    transferencia bancaria

    De overboeking is nog niet verwerkt.

  • overdrachtsbelastingB2

    impuesto de transmisiones

    Starters betalen geen overdrachtsbelasting.

  • overdrachtsdossierB2

    expediente de traspaso

    In het overdrachtsdossier staat alles wat je moet weten.

  • overdrijvenB2

    exagerar

    Hij overdrijft het probleem een beetje.

  • overheidB2

    gobierno

    De overheid heeft nieuwe regels aangekondigd.

  • overheidsbeleidB2

    política gubernamental

    Het overheidsbeleid richt zich op preventie.

  • overheidsbemoeienisB2

    injerencia estatal

    Sommigen vinden de overheidsbemoeienis te groot.

  • overheidscontroleB2

    control estatal

    Er is strengere overheidscontrole gekomen.

  • overheidsdienstB1

    servicio público

    Deze overheidsdienst behandelt uw aanvraag.

  • overheidsformulierB1

    formulario oficial

    Overheidsformulieren zijn vaak lastig te lezen.

  • overheidsinstantieB2

    organismo público

    Elke overheidsinstantie heeft een eigen procedure.

  • overheidsloketB1

    ventanilla pública

    Bij het overheidsloket regel je je aanvraag.

  • overheidstaakB2

    función del Estado

    Veiligheid is een kerntaak van de overheid.

  • overheidsuitgaveB2

    gasto público

    De overheidsuitgaven stegen sneller dan de inkomsten.

  • overheidsuitgavenB2

    gasto público

    De overheidsuitgaven aan zorg stijgen.

  • overheidsverantwoordelijkheidB2

    responsabilidad del Estado

    Dit valt onder de overheidsverantwoordelijkheid.

  • overlastB2

    molestias

    Bewoners klagen over overlast van het café.

  • overlegB1

    consulta, reunión

    Na overleg met het team besloten we te wachten.

  • overleggenB1

    consultar

    Ik moet eerst met mijn collega overleggen.

  • overlegstructuurB2

    estructura de consulta

    De overlegstructuur is te ingewikkeld geworden.

  • overlijdensakteB2

    certificado de defunción

    De notaris vraagt om de overlijdensakte.

  • overmorgenA1

    pasado mañana

    Overmorgen begint mijn vakantie.