Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
116 palabras · página 3 de 5
nekA1
cuello
Ik heb een stijve nek.
nemenA1
tomar
Ik neem de trein van acht uur.
nepnieuwsB2
noticias falsas
Nepnieuws verspreidt zich sneller dan correcties.
nepwebsiteB2
web falsa
De nepwebsite leek precies op die van de bank.
nergensA2
en ningún sitio
Ik kan het nergens vinden.
nervositeitB2
nerviosismo
Zijn nervositeit was aan zijn handen te zien.
nestkastB2
caja nido
Hang de nestkast op het noorden.
netA1
justo ahora
Hij is net weggegaan.
netcapaciteitB2
capacidad de la red
Door gebrek aan netcapaciteit staan projecten stil.
netjesA1
ordenado
Je kamer ziet er netjes uit.
nettoloonB2
salario neto
Van het nettoloon betaal je de huur.
netwerkB2
red
Het netwerk lag er een halve dag uit.
netwerkborrelB2
encuentro de networking
Op de netwerkborrel legde hij drie contacten.
neuroloogB2
neurólogo
De neuroloog vroeg een scan aan.
neusA1
nariz
Mijn neus is verstopt.
nevelB2
neblina
In de ochtend hing er nevel boven het water.
nichtA1
prima, sobrina
Mijn nicht woont in Rotterdam.
niemandA1
nadie
Er is niemand thuis.
nierA1
riñón
Hij heeft problemen met zijn nieren.
nietA1
no
Ik begrijp het niet.
nietmachineB2
grapadora
De nietmachine is leeg.
nietsA1
nada
Ik heb niets gezegd.
nietteminB2
no obstante
Het was koud; niettemin gingen we op pad.
nieuwA1
nuevo
Ik heb een nieuwe telefoon.
nieuwsB2
noticias
Ik volg het nieuws elke ochtend.

