Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

260 palabras · página 6 de 11

  • klimaatakkoordB2

    acuerdo climático

    In het klimaatakkoord staan concrete doelen.

  • klimaatbestendigB2

    resiliente al clima

    Steden moeten klimaatbestendig worden ingericht.

  • klimaatbestendigheidB2

    resiliencia climática

    De klimaatbestendigheid van steden moet omhoog.

  • klimaatdebatB2

    debate climático

    Het klimaatdebat is sterk gepolariseerd.

  • klimaatdoelB2

    objetivo climático

    De klimaatdoelen worden waarschijnlijk niet gehaald.

  • klimaatgevolgB1

    consecuencia climática

    De klimaatgevolgen zijn hier al zichtbaar.

  • klimaatmaatregelB2

    medida climática

    De klimaatmaatregelen gaan sommigen niet ver genoeg.

  • klimaatmodelB2

    modelo climático

    Klimaatmodellen voorspellen een verdere opwarming.

  • klimaatneutraalB2

    climáticamente neutro

    Het gebouw moet in 2035 klimaatneutraal zijn.

  • klimaatonderzoekB2

    investigación climática

    Uit klimaatonderzoek blijkt een duidelijke trend.

  • klimaatrisicoB2

    riesgo climático

    Verzekeraars houden rekening met klimaatrisico's.

  • klimaatscenarioB2

    escenario climático

    In het somberste klimaatscenario stijgt de zeespiegel sterk.

  • klimaatveranderingB2

    cambio climático

    Klimaatverandering raakt iedereen.

  • klimaatverantwoordelijkheidB2

    responsabilidad climática

    Rijke landen dragen een grotere klimaatverantwoordelijkheid.

  • klimaatverschilB1

    diferencia climática

    Het klimaatverschil met mijn land is groot.

  • klimaatvluchtelingB2

    refugiado climático

    Het aantal klimaatvluchtelingen neemt toe.

  • klimaatzoneB1

    zona climática

    Nederland ligt in een gematigde klimaatzone.

  • klokA1

    reloj

    De klok in de keuken loopt voor.

  • klompenB2

    zuecos

    Op het land droegen boeren klompen.

  • kloofB2

    brecha

    De kloof tussen arm en rijk wordt groter.

  • kloppenA2

    ser correcto; llamar a la puerta

    Klopt dit adres?

  • kneuzingB2

    contusión

    Het is geen breuk, alleen een kneuzing.

  • knieA1

    rodilla

    Mijn knie doet pijn bij het lopen.

  • knikkenB2

    asentir con la cabeza

    Hij knikte instemmend.

  • knoopB2

    botón

    Er is een knoop van het overhemd af.