Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

202 palabras · página 4 de 9

  • herstellenB1

    herstelde · zijn hersteld

    recuperarse

    Hij is goed hersteld na de operatie.

  • de herstelperiodeB1

    periodo de recuperación

    De herstelperiode duurt zes weken.

  • het herstelplanB1

    plan de recuperación

    De arts stelde samen met mij een herstelplan op.

  • de hersteltijdB1

    tiempo de recuperación

    De hersteltijd na deze ingreep is kort.

  • de herverdelingB2

    redistribución

    Belastingen zorgen voor herverdeling van inkomen.

  • de hervormingB2

    reforma

    De hervorming van het pensioenstelsel was ingrijpend.

  • het lijkt mijB2

    me parece

    Het lijkt mij verstandig om te wachten.

  • hetenA1irregular

    heette · heetten · hebben geheten

    llamarse

    Hoe heet jij?

  • de heupA1

    cadera

    Mijn oma heeft een nieuwe heup.

  • de heuvelB2

    colina

    Achter de heuvel ligt het dorp.

  • hierA1

    aquí

    Ik woon hier al drie jaar.

  • de hiërarchieB2

    jerarquía

    De hiërarchie binnen dit bedrijf is plat.

  • hierbijB1

    adjunto, por la presente

    Hierbij stuur ik u mijn cv en motivatiebrief.

  • historischB1

    histórico

    Het historische centrum van de stad is prachtig.

  • de hitteB1

    calor intenso

    De hitte was ondraaglijk deze zomer.

  • de hittegolfB1

    ola de calor

    Tijdens de hittegolf werd het veertig graden.

  • de hobbyB1

    afición

    Fotograferen is mijn grootste hobby.

  • de hobbyruimteB1

    sala de aficiones

    Hij heeft een hobbyruimte in de schuur.

  • hoeA1

    cómo

    Hoe gaat het met je?

  • hoe gaat hetB2

    cómo estás

    Hoe gaat het met je moeder?

  • de hoedA2

    sombrero

    In de zon draagt mijn opa altijd een hoed.

  • de hoekA1

    esquina

    De bakker zit om de hoek.

  • hoelangA1

    cuánto tiempo

    Hoelang woon je al in Nederland?

  • de hoestdrankA2

    jarabe para la tos

    Neem 's avonds wat hoestdrank.

  • hoestenA2

    hoestte · hebben gehoest

    toser

    Het kind hoest de hele nacht.