Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
191 palabras · página 4 de 8
heupA1
cadera
Mijn oma heeft een nieuwe heup.
heuvelB2
colina
Achter de heuvel ligt het dorp.
hierA1
aquí
Ik woon hier al drie jaar.
hiërarchieB2
jerarquía
De hiërarchie binnen dit bedrijf is plat.
hitteB1
calor intenso
De hitte was ondraaglijk deze zomer.
hittegolfB1
ola de calor
Tijdens de hittegolf werd het veertig graden.
hobbyB1
afición
Fotograferen is mijn grootste hobby.
hobbybeursB1
feria de aficiones
Op de hobbybeurs staan honderden kraampjes.
hobbygroepB1
grupo de aficionados
Zij zit in een hobbygroep voor fotografie.
hobbymateriaalB1
material para aficiones
Al mijn hobbymateriaal ligt op zolder.
hobbyruimteB1
sala de aficiones
Hij heeft een hobbyruimte in de schuur.
hoeA1
cómo
Hoe gaat het met je?
hoe gaat hetB2
cómo estás
Hoe gaat het met je moeder?
hoekA1
esquina
De bakker zit om de hoek.
hoelangA1
cuánto tiempo
Hoelang woon je al in Nederland?
hoestdrankA2
jarabe para la tos
Neem 's avonds wat hoestdrank.
hoestenA2
toser
Het kind hoest de hele nacht.
hoeveelA1
cuánto
Hoeveel kost dit?
hoeveelheidA2
cantidad
Gebruik een kleine hoeveelheid zout.
hoewelA2
aunque
Hoewel het regende, gingen we toch.
hoffelijkheidB2
cortesía
Hoffelijkheid kost niets.
hoger beroepB2
recurso de apelación
Zij ging in hoger beroep.
hoiA1
hola
Hoi, hoe is het?
homeopathieB2
homeopatía
Over de werking van homeopathie wordt gediscussieerd.
hondB2
perro
De hond moet hier aangelijnd zijn.

