Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
270 palabras · página 6 de 11
genoegA1
suficiente
Er is genoeg eten voor iedereen.
gepassioneerdB2
apasionado
Hij sprak gepassioneerd over zijn vak.
geraaktB2
tocado, afectado
Ik was geraakt door haar verhaal.
gerechtA2
plato
Dit gerecht is een specialiteit hier.
gereedschapA1
herramientas
Het gereedschap ligt in de schuur.
gerustgesteldB2
tranquilizado
Na het gesprek was zij gerustgesteld.
geruststellenB2
tranquilizar
De arts stelde de ouders gerust.
geruststellendB2
tranquilizador
De uitslag was geruststellend.
geschiedenisB2
historia
De geschiedenis van dit gebouw is bijzonder.
geschiktA2
adecuado
Deze woning is geschikt voor een gezin.
gespannenB2
tenso
De sfeer in de zaal was gespannen.
gespierdB2
musculoso
Hij is klein maar gespierd.
gesprekB1
conversación
We hebben een goed gesprek gehad.
gespreksdoelB2
objetivo de la conversación
Bepaal vooraf je gespreksdoel.
gespreksduurB2
duración de la llamada
De gemiddelde gespreksduur is vier minuten.
gespreksdynamiekB2
dinámica conversacional
De gespreksdynamiek veranderde na zijn opmerking.
gesprekshoudingB1
actitud conversacional
Een open gesprekshouding helpt enorm.
gespreksleiderB2
moderador
De gespreksleider gaf iedereen het woord.
gespreksleidingB2
conducción del debate
De gespreksleiding lag bij de voorzitter.
gespreksonderwerpB1
tema de conversación
Het weer is hier een populair gespreksonderwerp.
gesprekspartnerB1
interlocutor
Luister goed naar je gesprekspartner.
gespreksrondeB2
ronda de conversaciones
Er volgt nog een gespreksronde met de bewoners.
gesprekssituatieB1
situación comunicativa
In een formele gesprekssituatie gebruik je 'u'.
gesprekstechniekB1
técnica de conversación
Op de cursus leer je gesprekstechnieken.
gesprekstoonB2
tono de la conversación
De gesprekstoon werd al snel scherper.

