Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
212 palabras · página 7 de 9
doorA1
por, a través de
We liepen door het park.
doordatB2
debido a que
Doordat de trein uitviel, kwam zij te laat.
doorgevenB1
transmitir
Kun je dat aan je collega doorgeven?
doorgroeienB2
progresar profesionalmente
Binnen dit bedrijf kun je snel doorgroeien.
doorschakelenB2
pasar la llamada
Ik schakel u door naar mijn collega.
doorstaanB2
sobrellevar
Hij heeft een zware periode doorstaan.
doorstroomB2
paso al siguiente nivel
De doorstroom naar het hoger onderwijs is gestegen.
doorverbindenB1
pasar la llamada
Ik verbind u door met de juiste afdeling.
doorverwijzenB1
derivar
De huisarts verwees mij door naar het ziekenhuis.
doorverwijzingB2
derivación médica
Zonder doorverwijzing kom je er niet binnen.
doorvragenB2
repreguntar
Door goed door te vragen kwam de waarheid boven.
doorzettingskrachtB2
constancia
Zonder doorzettingskracht haal je dit examen niet.
doosA1
caja
De boeken zitten in een doos.
dorpA1
pueblo
Zij komt uit een klein dorp.
dorpshuisB2
casa del pueblo
Het dorpshuis is het hart van de gemeenschap.
dorpskernB2
casco del pueblo
De winkels staan in de dorpskern.
dorpslevenB2
vida rural
Het dorpsleven draait om de vereniging.
dorstA1
sed
Heb je dorst?
doseringB2
dosificación
Houd je precies aan de dosering.
dossierinzageB2
acceso al historial
Patiënten hebben recht op dossierinzage.
douaneB2
aduana
De douane controleerde de vrachtwagen.
doublerenB2
repetir el curso
Hij moest de derde klas doubleren.
doucheA1
ducha
Ik neem 's ochtends een douche.
douchekopB2
alcachofa de ducha
Een zuinige douchekop halveert het verbruik.
downloadenA2
descargar
Download de app op je telefoon.

