Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
474 palabras · página 5 de 19
belastingaangifteB1
declaración de la renta
De belastingaangifte moet voor 1 mei binnen zijn.
belastingdienstB2
agencia tributaria
De belastingdienst stuurt in maart een brief.
belastingdrukB2
presión fiscal
De belastingdruk op arbeid is hoog.
belastingheffingB2
imposición fiscal
De belastingheffing op vermogen staat ter discussie.
belastinghervormingB2
reforma fiscal
De belastinghervorming raakt vooral de middeninkomens.
belastingontwijkingB2
elusión fiscal
Belastingontwijking is legaal maar omstreden.
belastingopbrengstB2
recaudación fiscal
De belastingopbrengst viel hoger uit dan verwacht.
belastingschijfB2
tramo impositivo
Boven dit bedrag val je in een hogere belastingschijf.
belastingstelselB2
sistema fiscal
Het belastingstelsel wordt herzien.
belastingtariefB2
tipo impositivo
Het belastingtarief gaat volgend jaar omlaag.
belastingteruggaveB1
devolución de impuestos
Ik kreeg een belastingteruggave van 400 euro.
beleefdB1
cortés
Hij antwoordde kort maar beleefd.
beleefdheidsformuleB2
fórmula de cortesía
Elke formele brief eindigt met een beleefdheidsformule.
beleefdheidsvormB1
fórmula de cortesía
Gebruik in formele brieven een beleefdheidsvorm.
beleggingsfondsB2
fondo de inversión
Zij spaart via een beleggingsfonds.
beleidB2
política (medidas)
Het beleid van de gemeente is veranderd.
beleidsdoelB2
objetivo político
Het beleidsdoel is de wachtlijsten te halveren.
beleidsevaluatieB2
evaluación de políticas
Uit de beleidsevaluatie bleek weinig effect.
beleidskeuzeB2
opción política
Dit is een politieke beleidskeuze, geen technische.
beleidsmakerB2
responsable político
Beleidsmakers staan voor een lastige keuze.
beleidsmedewerkerB2
técnico de políticas
De beleidsmedewerker schreef de nota.
beleidsnotaB2
documento de política
De beleidsnota is aan de raad voorgelegd.
beleidsuitvoeringB2
ejecución de la política
De beleidsuitvoering ligt bij de gemeenten.
beleidsvormingB2
elaboración de políticas
Bij de beleidsvorming worden experts geraadpleegd.
belevenB2
vivir (una experiencia)
Iedereen beleeft zo'n dag anders.

