Vocabulario
Filtros1
Secciones
Categorías gramaticales
474 palabras · página 11 de 19
beweringB2
afirmación
Die bewering wordt niet door cijfers gesteund.
bewijsB1
prueba, comprobante
Bewaar het bewijs van betaling.
bewijsmateriaalB2
material probatorio
Het bewijsmateriaal was te dun.
bewolkingB2
nubosidad
In de middag neemt de bewolking toe.
bewonderenB2
admirar
Ik bewonder zijn doorzettingsvermogen.
bewonderingB2
admiración
Ik heb veel bewondering voor haar doorzettingsvermogen.
bewonersverenigingB2
asociación de vecinos
De bewonersvereniging vergadert twee keer per jaar.
bezemA1
escoba
Pak even de bezem.
bezetA1
ocupado
Deze plaats is bezet.
bezettingB2
ocupación
De bezetting duurde vijf jaar.
bezienswaardigheidB1
lugar de interés
De grachten zijn de bekendste bezienswaardigheid.
bezigA2
ocupado
Ik ben nu even bezig.
bezoekA1
visita
We krijgen vanavond bezoek.
bezoekenA2
visitar
We bezoeken zondag mijn ouders.
bezoekuurA2
horario de visitas
Het bezoekuur is van twee tot vier.
bezorgdB2
preocupado
Ik ben bezorgd over zijn gezondheid.
bezorgdheidB2
preocupación
Er is bezorgdheid over de gevolgen.
bezorgdienstB2
servicio de reparto
De bezorgdienst komt tussen vier en zes.
bezorgenA2
entregar
Ze bezorgen het pakket morgen.
bezorgkostenA2
gastos de envío
Boven de dertig euro betaal je geen bezorgkosten.
bezuinigingB2
recorte presupuestario
De bezuinigingen treffen vooral het onderwijs.
bezwaarschriftB1
escrito de alegaciones
U kunt binnen zes weken een bezwaarschrift indienen.
bezwaartermijnB2
plazo de recurso
De bezwaartermijn is zes weken.
bibliografieB2
bibliografía
De bibliografie beslaat tien pagina's.
bibliotheekB2
biblioteca
De bibliotheek is op zondag gesloten.

