Je EigenRoute
EntrarRegistrarse

Vocabulario

280 palabras · página 5 de 12

  • adresA1

    dirección

    Schrijf hier je adres op.

  • adresseringB2

    dirección del envío

    Controleer de adressering voordat je verstuurt.

  • advertentieB2

    anuncio

    De advertentie stond op de achterpagina.

  • advertentiebudgetB2

    presupuesto publicitario

    Het advertentiebudget is gehalveerd.

  • adviesB1

    consejo

    De arts gaf mij een goed advies.

  • adviserenB2

    aconsejar

    Ik adviseer je eerst te bellen.

  • advocaatB2

    abogado

    Zijn advocaat ging in beroep.

  • afbetalingB1

    pago a plazos

    Ik koop de wasmachine op afbetaling.

  • afbouwenB2

    reducir progresivamente

    Hij bouwt zijn uren langzaam af.

  • afdelingA2

    departamento

    Zij werkt op de afdeling verkoop.

  • afdelingshoofdB2

    jefe de departamento

    Het afdelingshoofd tekent voor akkoord.

  • afdingenB2

    regatear

    Op een markt mag je afdingen.

  • afgunstB2

    envidia

    Zijn succes wekte afgunst bij collega's.

  • afkeerB2

    aversión

    Hij heeft een sterke afkeer van geweld.

  • afkeuringB2

    desaprobación

    Zijn gedrag wekte brede afkeuring.

  • afkortingB2

    abreviatura

    Leg elke afkorting de eerste keer uit.

  • afleidenB2

    deducir

    Uit de tekst kun je afleiden dat hij twijfelt.

  • aflossenB1

    amortizar

    We lossen de lening in tien jaar af.

  • aflossingB2

    amortización

    De aflossing gaat elke maand automatisch af.

  • aflossingstermijnB1

    plazo de amortización

    De aflossingstermijn is tien jaar.

  • aflossingsvrijB2

    sin amortización de capital

    Een aflossingsvrije hypotheek is riskanter.

  • afmeldenB1

    darse de baja

    Vergeet niet je af te melden als je niet komt.

  • afnameB2

    disminución

    De afname is het sterkst onder jongeren.

  • afnamemomentB2

    franja de examen

    Je kiest zelf een afnamemoment.

  • afrekenenA2

    pagar (en caja)

    Ik ga even afrekenen.