Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

430 words · page 1 of 18

  • de aandachtA1

    attention

    Besteed extra aandacht aan de uitspraak.

  • het aantalA1

    number, amount

    Het aantal deelnemers groeit.

  • de aardappelA1

    potato

    We eten vanavond aardappelen.

  • de aardbeiA1

    strawberry

    In juni zijn de aardbeien het lekkerst.

  • de achterdeurA1

    back door

    Via de achterdeur kom je in de tuin.

  • de ademA1

    breath

    Haal even diep adem.

  • het adresA1

    address

    Schrijf hier je adres op.

  • het antwoordA1

    answer

    Ik heb nog geen antwoord op mijn e-mail gekregen.

  • de appA1

    app

    Met deze app kun je een treinkaartje kopen.


    message (in a chat app)

    Ik stuur je vanavond een app.

  • de appelA1

    apple

    Ik neem een appel mee naar mijn werk.

  • aprilA1

    April

    In april bloeien de bloemen.

  • de armA1

    arm

    Mijn arm is stijf.


    poor

    Veel arme gezinnen krijgen hulp van de gemeente.

  • het artikelA1

    article

    Ik heb een interessant artikel gelezen.

  • augustusA1

    August

    Augustus is vaak de warmste maand.

  • de autoA1

    car

    Onze auto staat voor de deur.

  • de avondA1

    evening

    's Avonds kijk ik televisie.

  • de azijnA1

    vinegar

    Doe wat azijn in de salade.

  • de babyA1

    baby

    De baby slaapt nu.

  • de badkamerA1

    bathroom

    De badkamer is boven.

  • de balA1

    ball

    De kinderen spelen met een bal in de tuin.

  • de banaanA1

    banana

    Wil je een banaan?

  • de batterijA1

    battery

    De batterij is leeg.

  • het bedA1

    bed

    Ik ga vroeg naar bed.

  • het bedrijfA1

    company

    Zij werkt bij een groot bedrijf.

  • het beenA1

    leg

    Hij heeft zijn been gebroken.