Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

2767 words · page 96 of 111

  • verschijnenB1irregular

    verscheen · verschenen · zijn verschenen

    to appear; to be published

    Het nieuwe boek verschijnt volgende maand in de winkels.

  • het verschilA2

    difference

    Wat is het verschil tussen deze twee?

  • verschillendA1

    different, various

    We hebben verschillende opties bekeken.

  • verschrikkelijkA2

    terrible, awful

    Het weer was op vakantie echt verschrikkelijk.

  • de versieB1

    version

    Download de nieuwste versie van de app.

  • verslaanB1irregular

    versloeg · versloegen · hebben verslagen

    to defeat, to beat

    Ons team versloeg de kampioen met drie doelpunten.

  • het verslagB1

    report, account

    Na de vergadering schrijf ik een kort verslag.

  • zich verslapenA2reflexiveirregular

    versliep · versliepen · hebben verslapen

    to oversleep

    Ik heb me verslapen en kwam te laat.

  • de verslavingB1

    addiction

    Voor een verslaving bestaat professionele hulp.

  • verspreidenA2

    verspreidde · hebben verspreid

    to spread

    Het bericht werd snel verspreid.

  • verstaanbaarB1

    intelligible, audible

    Praat langzaam en verstaanbaar.

  • de verstaanbaarheidB1

    intelligibility

    Aan de verstaanbaarheid moet je nog werken.

  • versturenA2

    verstuurde · hebben verstuurd

    to send off

    Verstuur het formulier voor vrijdag.

  • vertalenA2

    vertaalde · hebben vertaald

    to translate

    Kun je deze brief voor mij in het Engels vertalen?

  • de vertalingA2

    translation

    De vertaling dekt de nuance niet.

  • vertellenA1

    vertelde · hebben verteld

    to tell

    Vertel eens, hoe was je dag?

  • vertraagdB1

    delayed

    De trein is tien minuten vertraagd.

  • de vertragingA2

    delay

    De trein heeft tien minuten vertraging.

  • het vertrekB1

    departure

    Het vertrek is om kwart over acht.

  • de vertrekhalA2

    departures hall

    We spreken af in de vertrekhal.

  • vertrekkenA2irregular

    vertrok · vertrokken · zijn vertrokken

    to depart

    De trein vertrekt over vijf minuten.

  • de vertrektijdA2

    departure time

    Wat is de vertrektijd van de trein?

  • vertrouwenA1

    vertrouwde · hebben vertrouwd

    to trust

    Ik vertrouw mijn buren, ze zijn altijd eerlijk.


    het vertrouwen

    trust, confidence

    Het kost tijd om vertrouwen op te bouwen.

  • vervangenB1irregular

    verving · vervingen · hebben vervangen

    to replace

    De monteur moet de kapotte lamp vervangen.

  • zich vervelenA2reflexive

    verveelde · hebben verveeld

    to be bored

    De kinderen vervelen zich in de vakantie.