Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

2767 words · page 90 of 111

  • uitgaanB1separableirregular

    ging uit · gingen uit · zijn uitgegaan

    to go out

    Vroeger gingen we elk weekend uit.


    to assume, to go on the basis that

    We gaan ervan uit dat iedereen op tijd komt.

  • het uitgaanslevenB1

    nightlife

    Het uitgaansleven in de stad is levendig.

  • de uitgaveA2

    expenditure

    Dit is een grote uitgave voor ons.

  • de uitgavenB1

    expenses

    Mijn uitgaven zijn hoger dan vorig jaar.

  • uitgevenA2separableirregular

    gaf uit · gaven uit · hebben uitgegeven

    to spend

    Ik geef te veel geld uit aan eten.


    to publish

    Die uitgeverij geeft vooral kinderboeken uit.

  • het uitjeB1

    outing, day trip

    We doen jaarlijks een uitje met het team.

  • de uitkeringA2

    benefit payment

    Hij ontvangt tijdelijk een uitkering.

  • uitkomenA2separableirregular

    kwam uit · kwamen uit · zijn uitgekomen

    to suit; to turn out

    Komt dinsdag jou goed uit?


    to come out, to turn out (to be the case)

    Later kwam uit dat de cijfers niet klopten.

  • de uitlegB1

    explanation

    Bedankt voor de duidelijke uitleg.

  • uitleggenB1separable

    legde uit · hebben uitgelegd

    to explain

    Kun je dat nog een keer uitleggen?

  • uitnodigenB1separable

    nodigde uit · hebben uitgenodigd

    to invite

    Ze hebben ons uitgenodigd voor het feest.

  • de uitnodigingB1

    invitation

    Bedankt voor de uitnodiging!

  • uitrustenB1separable

    rustte uit · hebben uitgerust

    to rest

    Na die drukke week moet ik even uitrusten.


    to equip, to fit out

    De nieuwe auto is uitgerust met airco.

  • de uitslagB1

    result (of a test); rash

    De uitslag van het bloedonderzoek is goed.

  • de uitspraakA2

    pronunciation

    Je uitspraak is al veel beter.

  • uitstappenA2separable

    stapte uit · zijn uitgestapt

    to get off

    Bij welke halte moet ik uitstappen?

  • uitstekendB1

    excellent

    Je hebt het examen uitstekend gemaakt!

  • uitverkochtA2

    sold out

    Die maat is helaas uitverkocht.

  • de uitverkoopA2

    sale (clearance)

    In januari is er uitverkoop.

  • uitvoerenB1separable

    voerde uit · hebben uitgevoerd

    to carry out, to perform

    De schilder voert de opdracht volgende week uit.

  • de uitzendingA2

    broadcast

    De uitzending begint om acht uur.

  • uitzoekenA2separableirregular

    zocht uit · zochten uit · hebben uitgezocht

    to find out, to sort out

    Ik zoek uit wat de regels precies zijn.

  • de uitzonderingB1

    exception

    Op deze regel is één uitzondering.

  • uniekB1

    unique

    Elk mens is uniek en heeft eigen talenten.

  • het uniformA2

    uniform

    Op dit werk draag je een uniform.