Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

2767 words · page 86 of 111

  • terugbellenB1separable

    belde terug · hebben teruggebeld

    to call back

    Kunt u mij vanmiddag terugbellen?

  • terugbetalenA2separable

    betaalde terug · hebben terugbetaald

    to pay back

    Ik betaal je volgende week terug.

  • terugkerenB1separable

    keerde terug · zijn teruggekeerd

    to return (formal)

    Na de vakantie keerde hij terug naar Nederland.

  • terugkomenA2separableirregular

    kwam terug · kwamen terug · zijn teruggekomen

    to come back

    Hij komt volgende week terug.

  • terwijlB1

    while; whereas

    Ik luister naar muziek terwijl ik kook.

  • de testA2

    test (medical, technical)

    De dokter doet een test om te zien wat je hebt.

  • testenA2

    testte · hebben getest

    to test

    De dokter wil je bloed nog een keer testen.

  • tevorenB1

    beforehand (van tevoren)

    Bel even van tevoren als je later komt.

  • tevredenA2

    satisfied

    Zij is tevreden met het resultaat.

  • het theaterB1

    theatre

    In het theater draait een nieuw stuk.

  • het theaterbezoekB1

    theatre visit

    Een theaterbezoek is best duur.

  • de theeA1

    tea

    Ik drink liever thee dan koffie.

  • het themaB1

    theme

    Het thema van de les is wonen in Nederland.

  • de theorieA2

    theory

    In theorie klopt het, in de praktijk niet.

  • de therapieB1

    therapy

    Hij volgt therapie na het ongeluk.

  • de thermometerA2

    thermometer

    Meet even met de thermometer.

  • de thermostaatA2

    thermostat

    Zet de thermostaat op negentien graden.

  • het thuisA1

    at home

    Vandaag werk ik thuis.

  • thuisblijvenA2separableirregular

    bleef thuis · bleven thuis · zijn thuisgebleven

    to stay at home

    Ik blijf vandaag thuis.

  • de thuiszorgB1

    home care

    Mijn vader krijgt thuiszorg twee keer per dag.

  • tienA1

    ten

    Ik heb nog tien minuten.

  • de tijdA1

    time

    Ik heb geen tijd vandaag.

  • tijdelijkB1

    temporary

    Ik heb een tijdelijk contract voor zes maanden.

  • tijdensA1

    during

    Tijdens de les mag je niet bellen.

  • het tijdschriftA2

    magazine, journal

    Het artikel stond in een wetenschappelijk tijdschrift.