Vocabulary
5480 words · page 8 of 220
de afzeggingB2
cancellation (of attendance)
Na drie afzeggingen ging het feest niet door.
de afzenderB1
sender
De afzender staat op de achterkant.
het afzenderadresB1
sender's address
Zet je afzenderadres op de envelop.
de agendaA2
diary, agenda
Ik zet de afspraak in mijn agenda.
het agendapuntB2
agenda item
Dit staat als derde agendapunt genoteerd.
de agentA2
police officer
De agent vraagt naar mijn rijbewijs en paspoort.
de akkerbouwB2
arable farming
In deze provincie overheerst de akkerbouw.
het akkoordB1
agreement, deal
Na lang praten kwamen ze tot een akkoord.
alA1
already
Ben je er nu al?
de alcoholB1
alcohol
Drink geen alcohol bij deze medicijnen.
het alcoholgebruikB2
alcohol consumption
Overmatig alcoholgebruik schaadt de lever.
aldusB2
thus; according to
Het aantal fietsers stijgt, aldus de onderzoekers.
de alfabetiseringB2
literacy training
De cursus begint met alfabetisering.
algemeenB1
general
In het algemeen ben ik tevreden over mijn werk.
het algoritmeB2
algorithm
Het algoritme bepaalt wat je te zien krijgt.
het alibiB2
alibi
Zijn alibi bleek te kloppen.
de alineaB2
paragraph
Begin voor elk nieuw idee een alinea.
allebeiA1
both
Wij werken allebei fulltime.
alleenA1
alone; only
Ik woon alleen.
alleenstaandA1
single
Zij is een alleenstaande moeder.
allemaalA1
all (of them)
We gaan allemaal mee.
de allergieA2
allergy
Ik heb een allergie voor noten.
de allergietestB2
allergy test
De allergietest gaf drie positieve uitslagen.
allerleiB1
all kinds of
Op de markt kun je allerlei groenten kopen.
allerminstB2
not at all
Dat is allerminst zeker.

