Vocabulary
3699 words · page 78 of 148
de nootA1
nut
Ik ben allergisch voor noten.
note (in music)
Bij deze noot moet je het pedaal indrukken.
normaalA2
normal
Dat is hier heel normaal.
noterenB1
noteerde · hebben genoteerd
to note down
Noteer de datum van de afspraak in je agenda.
de notitieB1
note, memo
Ik maakte een notitie tijdens het gesprek.
nouA2
well (interjection)
Nou, dan zie ik je morgen wel.
novemberA1
November
November is een donkere maand.
nuA1
now
Ik heb nu geen tijd.
het nummerA1
number
Wat is het nummer van je huis?
nuttigB1
useful
De cursus was heel nuttig voor mijn werk.
het objectB1
object
Het museum toont objecten uit de Romeinse tijd.
de oceaanA2
ocean
De oceaan neemt veel warmte op.
de ochtendA1
morning
In de ochtend drink ik koffie.
oefenenB1
oefende · hebben geoefend
to practise
Je moet elke dag oefenen.
het oefenexamenB1
practice exam
Maak eerst een oefenexamen.
de oefeningA2
exercise
Maak oefening drie op bladzijde tien.
het oefenmateriaalB1
practice material
Er is genoeg oefenmateriaal online beschikbaar.
de oefentoetsA2
practice test
Maak eerst een oefentoets.
ofA1
or
Wil je thee of koffie?
officieelB1
official
Voor de aanvraag heb je een officieel document nodig.
de officierB1
officer; prosecutor (officier van justitie)
De officier van justitie eist een hoge straf.
ofwelB1
either ... or; in other words
Je kunt ofwel bellen, ofwel een mail sturen.
okéA1
okay
Oké, dan zie ik je morgen om negen uur.
oktoberA1
October
In oktober vallen de bladeren.
de olieA2
oil
Bak het in een beetje olie.
de olifantA2
elephant
De olifant drinkt water met zijn slurf.

