Vocabulary
3699 words · page 76 of 148
het natuurbeheerB1
nature management
Natuurbeheer kost veel geld.
de natuurbeschermingB1
nature conservation
Natuurbescherming is bij wet geregeld.
natuurlijkA1
natural; of course
Dit is een natuurlijk product.
de natuurrampB1
natural disaster
De natuurramp trof duizenden mensen.
de natuurwandelingB1
nature walk
Zondag maken we een natuurwandeling.
nauwB1
close; narrow
De school werkt nauw samen met de ouders.
nauwkeurigB1
accurate, precise
Dit werk moet nauwkeurig gebeuren.
navragenB1separableirregular
vroeg na · vroegen na · hebben nagevraagd
to check, to enquire about
Ik zal het even navragen bij de gemeente.
de nazorgB1
aftercare
Na de operatie krijgt u nazorg thuis.
de nederlaagB1
defeat
Na de nederlaag was de trainer erg teleurgesteld.
het NederlandsA1
Dutch (language)
Ik leer al twee jaar Nederlands op een taalschool.
neeA1
no
Nee, dank je, ik hoef geen koffie meer.
de neefA1
cousin (male), nephew
Mijn neef is even oud als ik.
neerB1
down
Hij liep de hele dag op en neer in de gang.
de neerslagB1
precipitation
Er wordt veel neerslag verwacht.
neerzettenA2separable
zette neer · hebben neergezet
to put down, to place
Zet de tassen maar in de hal neer.
negatiefB1
negative
Hij praat altijd negatief over zijn werk.
negenA1
nine
Mijn zoon is negen jaar.
negentigA1
ninety
Hij werd negentig jaar oud.
negerenB1
negeerde · hebben genegeerd
to ignore
Hij negeert al mijn berichten van deze week.
de nekA1
neck
Ik heb een stijve nek.
nemenA1irregular
nam · namen · hebben genomen
to take
Ik neem de trein van acht uur.
nepB1
fake
Die tas lijkt duur, maar hij is nep.
nergensA2
nowhere
Ik kan het nergens vinden.
netA1
just (a moment ago)
Hij is net weggegaan.

