Vocabulary
2767 words · page 7 of 111
de badkuipA2
bathtub
In deze badkamer staat geen badkuip.
de bagageA2
luggage
Laat je bagage niet alleen achter.
bakkenA2irregular
bakte · bakten · hebben gebakken
to fry, to bake
Ik bak een ei voor het ontbijt.
de bakkerA2
baker, bakery
Ik haal brood bij de bakker.
de balA1
ball
De kinderen spelen met een bal in de tuin.
de balieA2
desk, counter (reception)
U kunt uw pakket ophalen bij de balie.
het balkonA2
balcony
Op het balkon staan planten.
de banaanA1
banana
Wil je een banaan?
de bandA2
tyre
Mijn band is lek.
bangA2
afraid
Ik ben bang voor honden.
de bankA2
bank
Ik heb een rekening bij deze bank.
sofa; bench
We zitten 's avonds samen op de bank te lezen.
het bankafschriftB1
bank statement
Op het bankafschrift zie je alle betalingen.
de bankkostenB1
bank charges
De bankkosten zijn dit jaar verhoogd.
de bankrekeningA2
bank account
Je hebt een bankrekening nodig voor je salaris.
de barB1
bar
We drinken na het werk iets aan de bar.
de basisB1
basis, foundation
Een goede basis in taal helpt bij elke opleiding.
de basisschoolA2
primary school
Mijn dochter zit in groep vijf van de basisschool.
het basketbalA2
basketball
Op dinsdag speel ik basketbal met mijn vrienden.
de batterijA1
battery
De batterij is leeg.
beantwoordenB1
beantwoordde · hebben beantwoord
to answer (a question, letter)
Beantwoord de vragen in hele zinnen.
het bedA1
bed
Ik ga vroeg naar bed.
bedankenA1
bedankte · hebben bedankt
to thank
Ik wil je bedanken voor je hulp.
bedenkenA2irregular
bedacht · bedachten · hebben bedacht
to think up, to come up with
Wie heeft dit plan bedacht?
zich bedenkenreflexive
to change one's mind
Hij wilde eerst mee, maar bedacht zich.
bedervenA2irregular
bedierf · bedierven · zijn bedorven
to spoil, to go off
Vlees bederft snel in de warmte.
bedoelenA1
bedoelde · hebben bedoeld
to mean (to intend)
Wat bedoel je precies?

