Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

6551 words · page 60 of 263

  • economisch herstelB2

    economic recovery

    Het economisch herstel verloopt langzaam.

  • economische crisisB2

    economic crisis

    Tijdens de economische crisis daalde de koopkracht sterk.

  • economische impactB2

    economic impact

    De economische impact van de maatregel is onderzocht.

  • economische zelfstandigheidB2

    economic independence

    Werk vergroot de economische zelfstandigheid.

  • het ecosysteemB2

    ecosystem

    Het ecosysteem raakt uit balans.

  • het eczeemB2

    eczema

    Het eczeem komt in de winter terug.

  • de editieB1

    edition

    Dit is de tiende editie van het festival.

  • de eedB2

    oath

    De getuige legde in de rechtbank een eed af.

  • éénA1

    one

    Ik heb maar één broer en twee zussen.

  • de eendB2

    duck

    De eenden zwemmen in de gracht.

  • de eenheidB1

    unity; unit

    Na het conflict zocht het land naar eenheid.

  • eenmaalB1

    once; (nu eenmaal) simply

    Het is nu eenmaal zo, daar kunnen we niets aan doen.

  • eenmaligB2

    one-off, one-time

    U krijgt een eenmalige vergoeding van honderd euro.

  • het eenoudergezinB2

    single-parent family

    Een eenoudergezin heeft vaker een laag inkomen.

  • eensA2

    once; (softening particle)

    Kom eens langs als je tijd hebt.

  • eenvoudigA2

    simple, easy

    De uitleg was eenvoudig en duidelijk.

  • eenzaamA2

    lonely

    In het begin voelde hij zich eenzaam.

  • de eenzaamheidB2

    loneliness

    Eenzaamheid komt onder ouderen veel voor.

  • de eerB1

    honour

    Het is een eer om hier vandaag te spreken.

  • het eerbetoonB2

    tribute

    Het concert was een eerbetoon aan de overleden zanger.

  • eerderA2

    earlier; rather

    Kun je morgen iets eerder komen?

  • eergisterenA1

    the day before yesterday

    Eergisteren was ik bij de dokter.

  • eerlijkA2

    honest; fair

    Wees eerlijk, vind je mijn nieuwe kapsel mooi?

  • eerstA1

    first, at first

    Ik ga eerst douchen.

  • eersteA1

    first

    Dit is mijn eerste dag hier.