Vocabulary
3699 words · page 59 of 148
de keuzeA2
choice
Er is genoeg keuze.
kiezenA1irregular
koos · kozen · hebben gekozen
to choose
Je moet zelf kiezen.
kijkenA1irregular
keek · keken · hebben gekeken
to look, to watch
We kijken vanavond naar een film.
de kijkerB1
viewer
Het programma trok gisteren twee miljoen kijkers.
de kiloA1
kilo
Een kilo appels kost op de markt twee euro.
de kilometerB1
kilometre
Het is nog twintig kilometer rijden.
de kinA1
chin
Hij stootte zijn kin bij het vallen.
het kindA1
child
Het kind speelt in de tuin.
de kinderbijslagA2
child benefit
Ouders krijgen elk kwartaal kinderbijslag.
de kinderopvangB1
childcare
Onze dochter gaat drie dagen per week naar de kinderopvang.
de kipA1
chicken
Ik eet liever kip dan rundvlees.
klaarA1
ready, finished
Het eten is klaar.
klaarmakenA2separable
maakte klaar · hebben klaargemaakt
to prepare, to get ready
Ik maak het eten klaar.
de klachtB1
complaint, symptom
Vertel de arts precies wat uw klachten zijn.
de klachtbriefB1
letter of complaint
Ik heb een klachtbrief naar het bedrijf gestuurd.
het klachtenformulierB1
complaint form
Vul eerst het klachtenformulier in.
de klachtenprocedureB1
complaints procedure
Elke organisatie heeft een klachtenprocedure.
klagenB1
klaagde · hebben geklaagd
to complain
De buren klagen over het lawaai.
de klantA2
customer
De klant heeft altijd gelijk.
het klantcontactB1
customer contact
In deze functie heb je veel klantcontact.
de klantenkaartA2
loyalty card
Met een klantenkaart spaar je punten.
de klantenserviceA2
customer service
Bel de klantenservice als het niet werkt.
klantgerichtB1
customer-oriented
Wij werken klantgericht.
de klapB1
blow, slap; bang
Het verlies van zijn baan was een harde klap.
de klasA1
class (school group)
In mijn klas zitten studenten uit tien landen.

