Vocabulary
1768 words · page 51 of 71
de soepA1
soup
De soep is nog te heet.
de sokA1
sock
Ik kan mijn sokken niet vinden.
de sollicitatieA2
job application
Mijn sollicitatie is afgewezen.
de sollicitatiebriefB1
cover letter
Schrijf een korte, duidelijke sollicitatiebrief.
het sollicitatiegesprekA2
job interview
Ik heb morgen een sollicitatiegesprek.
soortA1
species; kind
Deze soort staat op de rode lijst.
het spaargeldA2
savings
We gebruiken ons spaargeld voor de verbouwing.
het spaarplanB1
savings plan
Ik heb een spaarplan voor de studie van mijn kinderen.
de spaarpotA2
piggy bank
De kinderen sparen in een spaarpot.
de spaarrekeningB1
savings account
Het geld staat op een spaarrekening.
de spaarrenteB1
savings interest
De spaarrente is eindelijk weer gestegen.
het spaartegoedB1
savings balance
Mijn spaartegoed groeit langzaam.
de spanningA2
tension
Er hing spanning in de kamer.
de specialistB1
specialist
De huisarts verwees mij naar een specialist.
de speeltuinB1
playground
De kinderen spelen in de speeltuin.
het spelA2
game (board, computer)
We spelen op zondag vaak een spel met de kinderen.
de spelerA2
player
Elke speler krijgt aan het begin vijf kaarten.
het spelletjeB1
game
Zullen we een spelletje doen?
de spelregelB1
rule of the game
Leg de spelregels eerst uit.
de spiegelA1
mirror
Er hangt een spiegel in de gang.
de spierA1
muscle
Na het sporten doen mijn spieren pijn.
de spinazieA1
spinach
Spinazie zit vol ijzer.
de spitsB1
rush hour
Reis liever buiten de spits.
pointed, sharp
Het dak van de kerk loopt spits toe.
het spitsuurB1
rush hour
Vermijd het spitsuur als het kan.
de spoedA2
emergency, urgency
Bij spoed belt u dit nummer.

