Vocabulary
1756 words · page 47 of 71
de redenA2
reason
Wat is de reden van je verhuizing?
de regelA1
rule
Dat is hier de regel.
line (of text)
Het antwoord staat op regel twaalf van de tekst.
regelenA2
regelde · hebben geregeld
to arrange, to sort out
Ik regel het morgen wel.
regelmatigA2
regularly
Ik sport regelmatig.
de regeringA1
government (cabinet)
De regering viel na een jaar.
de reisA2
journey, trip
De reis duurt twee uur.
de reisduurA2
journey duration
De reisduur is ongeveer 45 minuten.
de reiskostenA2
travel expenses
De reiskosten worden vergoed.
de reistijdA2
travel time
De reistijd is ongeveer een uur.
de reisverzekeringA2
travel insurance
Sluit een reisverzekering af voor je vakantie.
reizenA1
reisde · hebben/zijn gereisd
to travel
Ik reis elke dag met de trein.
rekenenA2
rekende · hebben gerekend
to calculate
Ik moet even rekenen hoeveel het kost.
de rekeningA2
bill; bank account
De rekening komt volgende week.
het rekeningnummerA2
account number
Geef je rekeningnummer door.
de relatieA1
relationship
Hun relatie is de laatste jaren verbeterd.
rennenA1
rende · hebben/zijn gerend
to run
De kinderen rennen door de tuin.
de renteA2
interest (rate)
De rente op de spaarrekening is laag.
de reparatieA2
repair
De reparatie wordt door de verhuurder betaald.
reparerenA2
repareerde · hebben gerepareerd
to repair
Kun jij mijn fiets morgen voor me repareren?
de republiekA2
republic
Sommigen pleiten voor een republiek.
het respectA2
respect
Met respect kom je verder dan met macht.
de restA2
rest, remainder
De rest van de dag blijf ik lekker thuis.
het restaurantA2
restaurant
We gaan uit eten in een Italiaans restaurant.
het restjeA2
leftovers
Van de restjes maak ik morgen soep.
het resultaatA1
result
Het resultaat viel tegen.

