Vocabulary
3699 words · page 46 of 148
grijpenB1irregular
greep · grepen · hebben gegrepen
to grab, to seize
Hij greep snel zijn tas en rende naar de bus.
grijsA1
grey
De lucht is vandaag grijs.
de groeiB1
growth
De groei van de economie was dit jaar klein.
groeienA2
groeide · zijn gegroeid
to grow
De tomaten groeien goed in de warme kas.
groenA1
green
Het licht is groen, je mag gaan.
het groengebiedB1
green area
Er komt een nieuw groengebied bij de wijk.
de groenstrookB1
green strip, verge
Langs de weg ligt een brede groenstrook.
de groenteA2
vegetables
Eet elke dag genoeg groente.
de groenvoorzieningB1
public greenery
De gemeente onderhoudt de groenvoorziening.
de groepA1
group
De groep vertrekt om negen uur met de bus.
de groepslesA2
group lesson
Een groepsles is goedkoper dan privéles.
de groetB1
greeting, regards
Ik eindig mijn e-mail altijd met een vriendelijke groet.
groetenA2
groette · hebben gegroet
to greet
Groet je buren als je ze tegenkomt.
grofB1
rude, coarse
Hij gebruikte grove taal tegen de buschauffeur.
de grondB1
ground, soil; land
De grond is nat na al die regen.
het grondwaterB1
groundwater
Het grondwater staat hier hoog.
de grondwetA2
constitution
Dat recht staat in de grondwet.
grootA1
big
Zij wonen in een groot huis.
de grootmoederA2
grandmother (formal)
Mijn grootmoeder is geboren in een dorp in Friesland.
grootsB1
grand, magnificent
Het feest werd groots gevierd met vuurwerk.
de grootteB1
size (magnitude)
Deze schoenen zijn er in elke grootte.
de grootvaderA2
grandfather (formal)
Mijn grootvader werkte vroeger als visser op zee.
grotendeelsB1
largely, for the most part
Het werk aan ons nieuwe huis is grotendeels klaar.
gunnenB1
gunde · hebben gegund
to grant, not to begrudge
Ik gun het je echt dat je die baan krijgt.
de haaiB1
shark
In de Noordzee leven ook kleine haaien.

