Vocabulary
4598 words · page 46 of 184
de evaluatieB1
evaluation
Na het project volgt een evaluatie.
het evenementB1
event
Het evenement trekt duizenden bezoekers.
het evenwichtB1
balance, equilibrium
Na de val verloor de oude man zijn evenwicht.
het evenwichtsgevoelB2
sense of balance
Haar evenwichtsgevoel is verstoord.
het examenB1
exam
Het examen is over twee weken.
de examencommissieB2
examination board
De examencommissie beoordeelt je verzoek.
de examenkostenB1
exam fees
De examenkosten betaal je zelf.
de examenstofB1
exam material
De examenstof staat in de studiegids.
de examenstressB1
exam stress
Veel studenten hebben last van examenstress.
de examentrainingB1
exam preparation course
De examentraining duurt vier weken.
de examenuitslagB1
exam result
De examenuitslag komt over vier weken.
de examenvoorbereidingB1
exam preparation
De examenvoorbereiding duurt twee maanden.
de examenvraagB1
exam question
Elke examenvraag heeft vier antwoorden.
de excursieB1
excursion, field trip
De school organiseert een excursie naar het museum.
de excusesB2
apologies
Het bedrijf bood schriftelijk excuses aan.
het excuusB1
apology; excuse
Hij bood zijn excuses aan voor het late antwoord.
het exemplaarB1
copy, specimen
Er zijn nog maar een paar exemplaren van dit boek.
de expeditieB2
expedition
De expeditie naar de Noordpool duurde drie maanden.
het experimentB1
experiment
De leerlingen doen een experiment in het lokaal.
de expertB2
expert (specialist)
Een expert legt op tv uit wat er gebeurd is.
de explosieB1
explosion
Door een explosie in de fabriek raakten drie mensen gewond.
de expositieB2
exhibition (smaller)
In de bibliotheek is een expositie van foto's uit de wijk.
de expositieruimteB2
exhibition space
De expositieruimte is opnieuw ingericht.
de faalangstB2
fear of failure
Door faalangst presteert hij onder zijn niveau.
de fabriekA2
factory
Mijn vader werkt al twintig jaar in een fabriek.

