Vocabulary
4598 words · page 45 of 184
de entreekaartB2
entrance ticket
De entreekaart kost twaalf euro.
de envelopA1
envelope
Doe de brief in een envelop.
de epidemieB2
epidemic
Tijdens de epidemie werkten veel mensen thuis.
de epidemioloogB2
epidemiologist
De epidemioloog legde de cijfers uit.
de erfbelastingB2
inheritance tax
Over de erfenis moet erfbelasting betaald worden.
de erfenisB1
inheritance
De erfenis werd onder drie kinderen verdeeld.
het erfgoedB2
heritage
De molens horen bij ons cultureel erfgoed.
de erfpachtB2
long lease of land
In Amsterdam staat veel grond in erfpacht.
de ergernisB2
annoyance
De vertragingen wekken veel ergernis.
de ergotherapeutB2
occupational therapist
De ergotherapeut past de woning aan.
de erkenningB2
recognition
Zij zocht vooral erkenning voor haar inzet.
de ernstB2
seriousness, gravity
De dokter kon de ernst van de ziekte nog niet zeggen.
de ervaringA2
experience
Voor deze functie is ervaring nodig.
de erwtA1
pea
In de soep zitten erwten en wortels.
de escalatieB2
escalation
Bij escalatie ga je naar de directie.
de essentieB1
essence
Dat is niet de essentie van het probleem.
etenA1irregular
at · aten · hebben gegeten
to eat
Wij eten meestal om zes uur.
het eten
food
Nederlands eten is soms heel simpel.
de ethiekB2
ethics
De ethiek van dit onderzoek is omstreden.
het etiketA2
label
Kijk even op het etiket.
het eufemismeB2
euphemism
'Reorganisatie' is vaak een eufemisme voor ontslagen.
de euforieB2
euphoria
Na de overwinning heerste er euforie.
de euroA1
euro
De euro is in twintig landen betaalmiddel.
het EuroparlementB2
European Parliament
Het Europarlement stemde tegen het voorstel.
de eurozoneB2
eurozone
Niet elk EU-land hoort bij de eurozone.
het evacuatieplanB2
evacuation plan
Het evacuatieplan wordt jaarlijks geoefend.

