Vocabulary
5480 words · page 41 of 220
de datumA1
date
Wat is de datum van vandaag?
de dauwB2
dew
Het gras was nat van de dauw.
de deadlineA2
deadline
De deadline is vrijdag.
het debatA2
debate
Het debat werd live uitgezonden.
decemberA1
December
In december zijn er veel feestdagen.
het decorB2
set, scenery
Het decor is in de studio gebouwd.
de decorbouwerB2
set builder
De decorbouwers werkten de hele nacht door.
het deelA1
part
Het eerste deel van de cursus is klaar.
de deelnameB2
participation (taking part)
Deelname aan de cursus is gratis voor inwoners.
deelnemenB1separableirregular
nam deel · namen deel · hebben deelgenomen
to take part
Iedereen kan aan de cursus deelnemen.
de deelnemerB1
participant
Elke deelnemer krijgt na de cursus een certificaat.
de deeltijdB1
part-time
Ze werkt in deeltijd, drie dagen per week.
het deeltijdpensioenB2
partial retirement
Met deeltijdpensioen werk je nog twee dagen.
de defensieB2
defence
Het budget voor defensie wordt verhoogd.
definitiefB2
definite, final
Het besluit is definitief, er verandert niets meer.
het dekbedA1
duvet
In de winter gebruik ik een dik dekbed.
de dekkingB2
coverage (network)
In dit gebied is de dekking slecht.
cover (insurance)
Controleer de dekking van je verzekering voor tandartskosten.
de dekolonisatieB2
decolonisation
De dekolonisatie veranderde de samenleving ingrijpend.
het dekselB2
lid
Doe het deksel op de pan.
de delegatieB2
delegation
Goede delegatie scheelt de leidinggevende veel tijd.
delegerenB1
delegeerde · hebben gedelegeerd
to delegate
Een goede leidinggevende kan delegeren.
delenA1
deelde · hebben gedeeld
to share, to divide
We delen de kosten samen.
de delfstofB2
mineral resource
Het land is rijk aan delfstoffen.
de deltaB2
delta
Nederland ligt in een delta.
de dementieB2
dementia
Bij dementie verdwijnt eerst het korte geheugen.

