Vocabulary
1768 words · page 4 of 71
de armA1
arm
Mijn arm is stijf.
poor
Veel arme gezinnen krijgen hulp van de gemeente.
de artiestB1
artist, performer
Op het festival treden veel bekende artiesten op.
het artikelA1
article
Ik heb een interessant artikel gelezen.
de artsA2
physician
De arts verwees haar door naar het ziekenhuis.
de assistentB1
assistant
De assistent van de tandarts maakt een nieuwe afspraak.
augustusA1
August
Augustus is vaak de warmste maand.
de auteurB1
author
De auteur van dit boek komt uit Suriname.
de autoA1
car
Onze auto staat voor de deur.
de autoverhuurB1
car rental
Bij de autoverhuur heb je je rijbewijs nodig.
de autoverzekeringB1
car insurance
Een autoverzekering is wettelijk verplicht.
de avondA1
evening
's Avonds kijk ik televisie.
het avondetenA2
dinner
Het avondeten is om zes uur.
de azijnA1
vinegar
Doe wat azijn in de salade.
de baanA2
job
Zij heeft een nieuwe baan gevonden.
lane; track
Op de snelweg is de rechter baan afgesloten.
de baardA2
beard
Mijn broer heeft sinds de zomer een baard.
de baasA2
boss
Mijn baas is vandaag afwezig.
de babyA1
baby
De baby slaapt nu.
de badkamerA1
bathroom
De badkamer is boven.
de badkuipA2
bathtub
In deze badkamer staat geen badkuip.
de bagageA2
luggage
Laat je bagage niet alleen achter.
de bakkerA2
baker, bakery
Ik haal brood bij de bakker.
de balA1
ball
De kinderen spelen met een bal in de tuin.
de balieA2
desk, counter (reception)
U kunt uw pakket ophalen bij de balie.
het balkonA2
balcony
Op het balkon staan planten.
de banaanA1
banana
Wil je een banaan?

