Vocabulary
1756 words · page 33 of 71
de literA2
litre
We hebben een liter melk nodig.
het loketA2
counter, desk
Meld u bij loket drie.
de longA1
lung
Roken is slecht voor je longen.
het loonA2
wage
Het loon wordt per week uitbetaald.
lopenA1irregular
liep · liepen · hebben/zijn gelopen
to walk
Ik loop elke dag naar mijn werk.
to run, to last (of a period)
De cursus loopt van september tot juni.
de luchtA2
air; sky
Na de regen is de lucht weer blauw.
de luchthavenA2
airport
Schiphol is de grootste luchthaven van Nederland.
de luciferA1
match
Heb je een lucifer?
luisterenA2
luisterde · hebben geluisterd
to listen
Luister goed naar de vraag.
lukkenA2
lukte · zijn gelukt
to succeed, to work out
Het is me gelukt!
de lunchA1
lunch
De lunch is om half een.
de maagA1
stomach
Ik heb last van mijn maag.
de maaltijdA2
meal
Dit is de belangrijkste maaltijd van de dag.
de maanA2
moon
Vannacht is de maan helemaal rond.
de maandA1
month
Volgende maand ga ik op vakantie.
de maandagA1
Monday
Op maandag begin ik om negen uur.
het maandbedragA2
monthly amount
Het maandbedrag is 45 euro.
maandelijksA1
monthly
De huur betaal je maandelijks.
maarA1
but
Ik wil komen, maar ik heb geen tijd.
maartA1
March
De cursus start in maart.
de maatA2
size
Heeft u dit in een grotere maat?
maatschappelijkA2
social, societal
Dit is een maatschappelijk probleem, geen individueel probleem.
de machineA2
machine
Hij werkt met een grote machine in de fabriek.
de magnetronA2
microwave
Warm het even op in de magnetron.
mailenA2
mailde · hebben gemaild
to email
Ik mail je de documenten vanavond.

