Vocabulary
2767 words · page 31 of 111
gemiddeldA2
on average
Ik werk gemiddeld dertig uur per week.
de generatieA2
generation
De jongere generatie denkt hier anders over.
genezenA2irregular
genas · genazen · hebben/zijn genezen
to heal, to cure
De wond is goed genezen.
genietenA1irregular
genoot · genoten · hebben genoten
to enjoy
Ik geniet van het rustige weekend.
genoegA1
enough
Er is genoeg eten voor iedereen.
het gerechtA2
dish
Dit gerecht is een specialiteit hier.
het gereedschapA1
tools
Het gereedschap ligt in de schuur.
de geschiedenisA1
history
De geschiedenis van dit gebouw is bijzonder.
geschiktA2
suitable
Deze woning is geschikt voor een gezin.
het gesprekA1
conversation
We hebben een goed gesprek gehad.
het gespreksonderwerpB1
topic of conversation
Het weer is hier een populair gespreksonderwerp.
de gesprekspartnerB1
conversation partner
Luister goed naar je gesprekspartner.
de gesprekstechniekB1
conversation technique
Op de cursus leer je gesprekstechnieken.
gestrestA2
stressed
Voor het examen was ik erg gestrest.
het getalA1
number (numeral)
Schrijf het getal in cijfers.
getrouwdA1
married
Zij is al tien jaar getrouwd.
het gevaarB1
danger
Bij dit weer is er gevaar voor gladheid.
gevaarlijkA2
dangerous
Het is gevaarlijk om op het ijs te lopen.
het gevalB1
case
In dat geval bel ik je morgen terug.
de gevangenisA2
prison
Hij zat twee jaar in de gevangenis.
gevenA1irregular
gaf · gaven · hebben gegeven
to give
Geef mij het zout, alsjeblieft.
het gevoelA1
feeling
Ik had het gevoel dat er iets mis was.
gevoeligB1
sensitive
Zij is erg gevoelig voor kritiek.
het gevolgA2
consequence
Dat heeft grote gevolgen voor ons.
het geweldB1
violence
Geweld tegen hulpverleners wordt streng bestraft.

