Vocabulary
2767 words · page 3 of 111
achterA1
behind
De tuin ligt achter het huis.
de achterdeurA1
back door
Via de achterdeur kom je in de tuin.
de achtergrondB1
background
Op onze school zitten kinderen met verschillende achtergronden.
de actieB1
action, campaign
De buurtbewoners voeren actie tegen de nieuwe weg.
special offer, promotion
Deze week is er in de supermarkt een actie op koffie.
actiefA2
active
Mijn opa is met tachtig jaar nog heel actief.
de activiteitA2
activity
Zwemmen is een gezonde activiteit voor jong en oud.
de ademA1
breath
Haal even diep adem.
ademenB1
ademde · hebben geademd
to breathe
Probeer rustig te ademen.
de ademhalingB1
breathing
Zijn ademhaling was rustig en regelmatig.
het adresA1
address
Schrijf hier je adres op.
het adviesB1
advice
De arts gaf mij een goed advies.
de advocaatA2
lawyer
Zijn advocaat ging in beroep.
afA2
finished, done
Mijn huiswerk voor morgen is eindelijk af.
de afbeeldingB1
image, picture
Klik op de afbeelding om hem groter te maken.
de afbetalingB1
instalment payment
Ik koop de wasmachine op afbetaling.
de afdelingA2
department
Zij werkt op de afdeling verkoop.
afhankelijkB1
dependent
Of we gaan, is afhankelijk van het weer.
de afleveringB1
episode
Heb je de laatste aflevering van die serie gezien?
aflopenB1separableirregular
liep af · liepen af · zijn afgelopen
to end, to expire
Mijn paspoort gaat volgende maand aflopen.
aflossenB1separable
loste af · hebben afgelost
to pay off
We lossen de lening in tien jaar af.
de aflossingstermijnB1
repayment term
De aflossingstermijn is tien jaar.
zich afmeldenB1separablereflexive
meldde af · hebben afgemeld
to cancel one's registration
Vergeet niet je af te melden als je niet komt.
afrekenenA2separable
rekende af · hebben afgerekend
to pay (at the till)
Ik ga even afrekenen.
afsluitenB1separableirregular
sloot af · sloten af · hebben afgesloten
to conclude (a contract); to close off; to lock
Wij hebben een nieuwe zorgverzekering afgesloten.
de afsluitingB1
closing, conclusion
Als afsluiting bedank je de lezer.

