Vocabulary
306 words · page 3 of 13
dunA1
thin
Snijd het brood dun.
duurA2
expensive
Die telefoon is te duur.
de duur
duration, length (of time)
De duur van de cursus is zes maanden.
duurzaamA2
sustainable
Ze zoeken een duurzame oplossing.
echtA1
real, really
Is dat echt waar?
economischA2
economic
De economische situatie is onzeker.
eenvoudigB1
simple, easy
De uitleg was eenvoudig en duidelijk.
eenzaamA2
lonely
In het begin voelde hij zich eenzaam.
eerlijkA2
honest; fair
Wees eerlijk, vind je mijn nieuwe kapsel mooi?
eigenA2
own
Na mijn studie wil ik een eigen huis.
eindelijkA2
finally
Eindelijk is de brief er.
elektrischB1
electric
Steeds meer mensen rijden in een elektrische auto.
enigB1
only, sole
Zij is het enige kind in het gezin.
de enkelA1
ankle
Ik heb mijn enkel verzwikt.
single, any; only
Er is geen enkele reden om je zorgen te maken.
enormA2
enormous, huge
Het nieuwe ziekenhuis is een enorm gebouw.
enthousiastA2
enthusiastic
De klas was enthousiast over het uitje.
ernstigB1
serious, severe
Hij is ernstig ziek en ligt in het ziekenhuis.
extraA2
extra, additional
Voor een extra koffer betaal je dertig euro.
extreemB1
extreme
Door de extreme hitte bleven veel mensen binnen.
fantastischA2
fantastic
We hebben een fantastische vakantie gehad.
favorietA2
favourite
Wat is jouw favoriete gerecht uit je eigen land?
fijnA2
nice, pleasant
Fijn dat je er bent, kom maar binnen!
financieelA2
financial
Zij zijn financieel onafhankelijk.
flinkB1
considerable, hefty; (adv.) a lot
Het heeft vannacht in de hele regio flink geregend.
gastvrijB1
hospitable
Zij zijn heel gastvrij voor bezoek.
geborenA1
born
Ik ben in 1990 in Syrië geboren.

