Vocabulary
7809 words · page 299 of 313
de werksfeerB1
working atmosphere
De werksfeer op kantoor is prettig.
de werksituatieB1
work situation
Beschrijf je huidige werksituatie.
het werkstukB1
school project, paper
Voor biologie moet ik een werkstuk over bijen maken.
de werktevredenheidB1
job satisfaction
De werktevredenheid is gestegen na de reorganisatie.
de werktijdA2
working hours
Mijn werktijd is van acht tot vijf.
het werkveldB2
field of work
Het werkveld verandert snel.
de werkverdelingB1
distribution of work
De werkverdeling is eerlijk geregeld.
de werkvergunningB2
work permit
Voor sommige nationaliteiten is een werkvergunning nodig.
de werkvormB2
teaching format, activity type
De docent wisselt van werkvorm.
de werkweekA2
working week
Een werkweek is hier 36 uur.
de werkwoordsvormB2
verb form
Kies de juiste werkwoordsvorm.
werkzaamB2
employed, working (formal)
Zij is werkzaam als verpleegkundige in het ziekenhuis.
de werkzaamheidB2
activity, work (usually plural)
Wegens werkzaamheden rijden er vandaag geen treinen.
de werkzekerheidB2
job security
Vaste contracten bieden meer werkzekerheid.
de werkzoekendeB2
job seeker
Het aantal werkzoekenden daalt.
werpenB2irregular
wierp · wierpen · hebben geworpen
to throw, to cast
Hij wierp een snelle blik op zijn horloge.
de wervelkolomB2
spine
De wervelkolom bestaat uit drieëndertig wervels.
westelijkB1
western (geographical)
In het westelijke deel van het land wonen de meeste mensen.
het westenA2
west
De zon gaat onder in het westen.
westersB2
Western
In westerse landen eten mensen veel vlees.
de wetA1
law
Dat is bij wet verboden.
het wetboekB2
code of law
Dat staat in het Wetboek van Strafrecht.
wetenA1irregular
wist · wisten · hebben geweten
to know (a fact)
Ik weet het niet.
de wetenschapA2
science
De wetenschap is het hier niet over eens.
wetenschappelijkA2
scientific
Er is wetenschappelijk bewijs voor deze aanpak.

