Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

796 words · page 27 of 32

  • het tuinpadA1

    garden path

    Het tuinpad ligt vol bladeren.

  • de tuinstoelA1

    garden chair

    De tuinstoelen staan in de schuur.

  • tussenA1

    between

    De winkel zit tussen de bank en het café.

  • de tvA1

    TV

    We kijken vanavond samen een film op tv.

  • twaalfA1

    twelve

    We eten om twaalf uur.

  • tweeA1

    two

    Ik heb twee kinderen.

  • tweedeA1

    second

    Neem de tweede straat rechts.

  • de tweelingA1

    twins

    Zij heeft een tweeling gekregen.

  • twintigA1

    twenty

    Het kost twintig euro.

  • de uiA1

    onion

    Van een ui moet ik huilen.

  • uitA1

    out of, from

    Ik kom uit Oekraïne.

  • de universiteitA1

    university

    Zij studeert aan de universiteit van Leiden.

  • het uurA1

    hour

    De les duurt één uur.

  • vaakA1

    often

    Ik ga vaak met de fiets.

  • de vaderA1

    father

    Mijn vader kookt heel goed.

  • de valA1

    fall

    Een val is bij ouderen de grootste risicofactor.

  • vallenA1irregular

    viel · vielen · zijn gevallen

    to fall

    Pas op, je valt bijna.


    to fall on (a date)

    Mijn verjaardag valt dit jaar op een zondag.

  • vanA1

    of, from

    Dit is de fiets van mijn broer.

  • vanavondA1

    this evening

    Vanavond blijf ik thuis.

  • vandaagA1

    today

    Vandaag is het mooi weer.

  • vanmiddagA1

    this afternoon

    Vanmiddag heb ik een afspraak.

  • vanmorgenA1

    this morning

    Vanmorgen was het erg koud.

  • vannachtA1

    last night; tonight

    Vannacht heeft het in het hele land gesneeuwd.

  • veelA1

    much, many

    Er zijn veel mensen buiten.

  • veertigA1

    forty

    Hier mag je veertig rijden.