Vocabulary
7085 words · page 265 of 284
de walgingB2
disgust
De beelden riepen walging op.
de wanbetalingB2
non-payment
Bij wanbetaling wordt de levering gestopt.
de wandelclubB1
walking club
Mijn moeder zit bij een wandelclub.
wandelenA1
wandelde · hebben/zijn gewandeld
to walk, to stroll
We gaan zondag wandelen.
de wandelingB1
walk
We maken elke zondag een wandeling.
de wandelrouteB1
walking route
Deze wandelroute is tien kilometer lang.
de wangA1
cheek
Haar wangen zijn rood van de kou.
de wanhoopB2
despair
Uit wanhoop belde hij de hulplijn.
wanhopigB2
desperate
Hij zocht wanhopig naar een oplossing.
wanneerA1
when
Wanneer begint de les?
de wanprestatieB2
non-performance, default
Bij wanprestatie kun je de overeenkomst ontbinden.
wantA1
because (coordinating)
Ik blijf thuis, want ik ben ziek.
het wantrouwenB1
distrust
Het wantrouwen tegenover de overheid groeit.
het wapenB1
weapon
In Nederland mag je niet zomaar een wapen hebben.
wapenenB1
wapende · hebben gewapend
to arm (oneself)
Je kunt je wapenen tegen griep door gezond te leven.
warmA1
warm, hot
De soep is nog warm.
de warming-upB2
warm-up
Sla de warming-up nooit over.
de warmteA2
warmth, heat
Ik kan slecht tegen de warmte in de zomer.
het warmtenetB2
district heating network
De wijk wordt aangesloten op een warmtenet.
de warmtepompB2
heat pump
Een warmtepomp vervangt de gasketel.
het warmteverliesB2
heat loss
Het meeste warmteverlies gaat via het dak.
de wasA2
laundry, washing
Ik doe elke zaterdag de was.
de wasdrogerA2
tumble dryer
In de winter gebruik ik de wasdroger.
het wasgoedA2
laundry
Het wasgoed hangt buiten te drogen.
de wasmachineA2
washing machine
De wasmachine is kapot.

