Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

6551 words · page 262 of 263

  • de zuigelingB2

    infant

    Een zuigeling slaapt het grootste deel van de dag.

  • zuigenB2irregular

    zoog · zogen · hebben gezogen

    to suck

    De baby zuigt op zijn duim.

  • zuiverenB2

    zuiverde · hebben gezuiverd

    to purify, to clean

    Deze installatie zuivert het water uit de rivier.

  • zulkB1

    such

    Zulk mooi weer hebben we lang niet gehad.

  • zullenA1irregular

    zou · zouden

    shall, will

    Zullen we koffie drinken?

  • de zusA1

    sister

    Ik bel mijn zus elke week.

  • zuurA2

    sour

    De melk is zuur geworden.

  • de zuurstofB2

    oxygen

    De patiënt kreeg extra zuurstof via een slangetje.

  • zwaaienA2

    zwaaide · hebben gezwaaid

    to wave

    De kinderen zwaaien naar de trein.

  • de zwaanB2

    swan

    De zwaan verdedigt haar jongen.

  • zwaarA2

    heavy; hard

    Deze koffer is te zwaar voor het vliegtuig.

  • de zwaartekrachtB2

    gravity

    Zonder zwaartekracht zweeft alles.

  • de zwagerA1

    brother-in-law

    Mijn zwager woont in Rotterdam.

  • zwakA1

    weak

    Na de griep voelde ik me zwak.

  • zwangerA2

    pregnant

    Mijn zus is zeven maanden zwanger.

  • de zwangerschapB2

    pregnancy

    Tijdens de zwangerschap ging zij minder werken.

  • zwartA1

    black

    Hij heeft zwarte schoenen aan.


    undeclared, off the books (of work)

    Zwart werken kan een hoge boete opleveren.

  • zwellenB1irregular

    zwol · zwollen · zijn gezwollen

    to swell

    Na de val begon mijn enkel te zwellen.

  • het zwembadB1

    swimming pool

    Het zwembad is op maandag gesloten.

  • zwemmenB1irregular

    zwom · zwommen · hebben/zijn gezwommen

    to swim

    Ik ga twee keer per week zwemmen.

  • zwerenB2irregular

    zwoer · zwoeren · hebben gezworen

    to swear (an oath)

    De nieuwe Nederlanders zweren of beloven trouw aan de wet.

  • het zwerfafvalB2

    litter

    Vrijwilligers ruimen het zwerfafval op.

  • zwetenB2

    zweette · hebben gezweet

    to sweat

    Van de spanning begon hij te zweten.

  • zwijgenB1irregular

    zweeg · zwegen · hebben gezwegen

    to be silent

    Toen de leraar binnenkwam, zweeg iedereen.

  • zwijgzaamB2

    taciturn

    Zij is van nature nogal zwijgzaam.