Vocabulary
6551 words · page 261 of 263
de zorgorganisatieB2
care organisation
De zorgorganisatie beheert vijf locaties.
de zorgpasB1
health insurance card
Neem uw zorgpas mee naar de afspraak.
het zorgpersoneelB2
care staff
Er is een tekort aan zorgpersoneel.
het zorgplanB1
care plan
In het zorgplan staat wie wat doet.
de zorgplichtB2
duty of care
De werkgever heeft een zorgplicht voor zijn personeel.
de zorgprofessionalB2
healthcare professional
Elke zorgprofessional volgt bijscholing.
de zorgsectorB2
care sector
De zorgsector kampt met hoge werkdruk.
de zorgstandaardB2
care standard
Er is een landelijke zorgstandaard voor diabetes.
het zorgstelselB2
healthcare system
Het Nederlandse zorgstelsel staat onder druk.
de zorgtoeslagA2
healthcare allowance
Met een laag inkomen krijg je zorgtoeslag.
de zorgverlenerB1
care provider
Bespreek dit met uw zorgverlener.
de zorgverleningB2
provision of care
De zorgverlening thuis wordt uitgebreid.
de zorgverzekeraarB2
health insurer
De zorgverzekeraar vergoedt deze behandeling niet.
de zorgverzekeringA2
health insurance
Een zorgverzekering is in Nederland verplicht.
de zorgvraagB2
demand for care
De zorgvraag stijgt door de vergrijzing.
zorgvuldigB2
careful, meticulous
Zij werkt langzaam maar zorgvuldig.
zorgwekkendB2
alarming
Zijn toestand is zorgwekkend.
het zoutA1
salt
Er zit te veel zout in.
salty
De soep is me veel te zout.
het zoutgehalteB2
salt content
Het zoutgehalte in kant-en-klaarmaaltijden is hoog.
zoveelA2
so much, so many
Ik heb nog nooit zoveel sneeuw gezien.
zoverB1
ready; so far
Ben je zover, kunnen we vertrekken?
zowelB1
both … and
Zowel mijn broer als mijn zus woont in Utrecht.
zuchtenB2
zuchtte · hebben gezucht
to sigh
Hij zuchtte diep en zei niets.
zuidelijkB1
southern
In het zuidelijke deel van het land is het heuvelachtig.
het zuidenA2
south
In het zuiden van Nederland is het vaak warmer.

