Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

6551 words · page 255 of 263

  • de woordvoerderB2

    spokesperson

    De woordvoerder gaf geen commentaar.

  • de woordvolgordeB2

    word order

    In een bijzin verandert de woordvolgorde.

  • wordenA1irregular

    werd · werden · zijn geworden

    to become

    Hij wil dokter worden.


    (passive auxiliary: is/are being)

    De brief wordt morgen verstuurd.

  • de workshopB1

    workshop

    Ik volg zaterdag een workshop over solliciteren.

  • de worstA1

    sausage

    Bij de slager kocht ik worst.

  • worstelenB2

    worstelde · hebben geworsteld

    to struggle, to wrestle

    Veel jongeren worstelen met stress en onzekerheid.

  • de wortelA1

    carrot

    Doe de wortels in de soep.


    root

    De wortel van deze boom komt door het tegelpad heen.

  • de wraakB2

    revenge

    Hij wilde wraak nemen op zijn oude baas.

  • wreedB2

    cruel

    Het is wreed om een dier zo te behandelen.

  • de wrokB2

    resentment, grudge

    Zij koestert geen wrok tegen haar oude werkgever.

  • de yoghurtA1

    yoghurt

    Ik eet yoghurt bij het ontbijt.

  • de zaagB2

    saw

    Met deze zaag gaat het sneller.

  • zaaienB2

    zaaide · hebben gezaaid

    to sow

    In maart kun je al zaaien.

  • het zaaigoedB2

    seed for sowing

    Het zaaigoed komt uit eigen oogst.

  • de zaakA2

    business, shop; matter

    Mijn oom heeft een eigen zaak in het centrum.

  • de zaalA2

    hall, room

    De zaal zat vol voor het concert.

  • zachtA1

    soft

    Dit kussen is lekker zacht.


    quiet, soft (of sound)

    Praat wat zachter, de kinderen slapen al.

  • de zakA1

    pocket; bag

    Mijn sleutels zitten in mijn zak.

  • zakelijkB1

    business(-like), formal

    Ik schrijf een zakelijke brief aan de gemeente.

  • de zakenmanB2

    businessman

    Zijn vader is een rijke zakenman uit Rotterdam.

  • zakkenB1

    zakte · zijn gezakt

    to fail (an exam)

    Hij is helaas gezakt voor het examen.


    de zakken

    bags, sacks (plural of zak)

    Hij zet de zakken met oud papier bij de container.

  • de zalfA2

    ointment

    Smeer deze zalf twee keer per dag op de wond.

  • de zalmB2

    salmon

    Zalm trekt de rivier op om te paaien.

  • het zandA2

    sand

    De kinderen spelen met emmers in het zand.

  • de zandbankB2

    sandbank

    Het schip liep op een zandbank.