Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

2767 words · page 25 of 111

  • elkaarA1

    each other

    We helpen elkaar.

  • de elleboogA1

    elbow

    Ik heb mijn elleboog gestoten.

  • de emmerA1

    bucket

    Vul de emmer met water.

  • enA1

    and

    Ik neem brood en kaas.

  • de energieA1

    energy

    De prijzen voor energie zijn gestegen.

  • de energiekostenB1

    energy costs

    De energiekosten zijn een groot deel van mijn budget.

  • het energielabelA2

    energy label

    Dit huis heeft energielabel C.

  • de energierekeningB1

    energy bill

    Mijn energierekening is verdubbeld.

  • het EngelsA1

    English (language)

    Mijn kinderen spreken thuis Nederlands en op school Engels.

  • enigB1

    only, sole

    Zij is het enige kind in het gezin.

  • de enkelA1

    ankle

    Ik heb mijn enkel verzwikt.


    single, any; only

    Er is geen enkele reden om je zorgen te maken.

  • enormA2

    enormous, huge

    Het nieuwe ziekenhuis is een enorm gebouw.

  • enthousiastA2

    enthusiastic

    De klas was enthousiast over het uitje.

  • de entreekaartB1

    entrance ticket

    De entreekaart kost twaalf euro.

  • de envelopA1

    envelope

    Doe de brief in een envelop.

  • ergA1

    very; bad

    Dat is erg vervelend.

  • ergensA2

    somewhere

    Mijn sleutels liggen hier ergens.

  • erkennenA2

    erkende · hebben erkend

    to acknowledge

    De minister erkende de fout.

  • ernstigB1

    serious, severe

    Hij is ernstig ziek en ligt in het ziekenhuis.

  • eruitzienA2separableirregular

    zag eruit · zagen eruit · hebben eruitgezien

    to look (like), to appear

    Weet jij hoe de nieuwe buurman eruitziet?

  • ervarenA2irregular

    ervoer · ervoeren · hebben ervaren

    to experience

    Veel mensen ervaren het examen als stressvol.

  • de ervaringA2

    experience

    Voor deze functie is ervaring nodig.

  • de erwtA1

    pea

    In de soep zitten erwten en wortels.

  • etenA1irregular

    at · aten · hebben gegeten

    to eat

    Wij eten meestal om zes uur.


    het eten

    food

    Nederlands eten is soms heel simpel.

  • het etiketA2

    label

    Kijk even op het etiket.