Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

6551 words · page 238 of 263

  • de vogelB1

    bird

    In de tuin zitten veel vogels.

  • de vogelkijkhutB2

    bird hide

    Vanuit de vogelkijkhut zie je lepelaars.

  • de voicemailB1

    voicemail

    Ik heb een bericht op je voicemail ingesproken.

  • volA1

    full

    De bus is helemaal vol.

  • voldoenB1irregular

    voldeed · voldeden · hebben voldaan

    to meet, to satisfy (voldoen aan)

    Uw aanvraag moet aan alle voorwaarden voldoen.

  • voldoendeA2

    sufficient; pass mark

    Voor dit examen heb je een voldoende nodig.

  • volgenA2

    volgde · hebben/zijn gevolgd

    to follow; to take (a course)

    Ik volg een cursus Nederlands bij de bibliotheek.

  • volgendA1

    next

    Volgende week begin ik met de cursus.

  • volgensA2

    according to

    Volgens de dokter moet ik meer bewegen.

  • volgens mijB2

    I think, as far as I know

    Volgens mij klopt dat niet.

  • de volgerB2

    follower

    Zij heeft tienduizend volgers.

  • de volgordeB1

    order, sequence

    Zet de zinnen in de goede volgorde.

  • volhardenB2

    volhardde · hebben volhard

    to persevere

    Zij volhardde in haar standpunt.

  • volhoudenB2separableirregular

    hield vol · hielden vol · hebben volgehouden

    to keep going

    Het is zwaar, maar hij houdt vol.

  • het volkB1

    people, nation

    Het volk kiest elke vier jaar een nieuw parlement.

  • volkomenB2

    complete; completely

    U heeft volkomen gelijk, ik had het mis.

  • de volksgezondheidB2

    public health

    Roken is een probleem voor de volksgezondheid.

  • het volksliedB2

    national anthem

    Het Wilhelmus is het oudste volkslied ter wereld.

  • volledigB1

    complete, full

    Vul het formulier volledig en duidelijk in.

  • de volmachtB2

    power of attorney

    Zij tekende met een volmacht namens haar vader.

  • volopB1

    plenty, in abundance

    In de zomer kun je hier volop genieten van de zon.

  • voltooid deelwoordB2

    past participle

    Het voltooid deelwoord van 'werken' is 'gewerkt'.

  • voltooienB1

    voltooide · hebben voltooid

    to complete

    Zij heeft haar opleiding met succes voltooid.

  • het volumeB2

    volume

    Zet het volume van de tv wat zachter.

  • volwassenA2

    adult, grown-up

    Mijn kinderen zijn al volwassen en wonen op zichzelf.