Vocabulary
634 words · page 23 of 26
verslaanB1irregular
versloeg · versloegen · hebben verslagen
to defeat, to beat
Ons team versloeg de kampioen met drie doelpunten.
zich verslapenA2reflexiveirregular
versliep · versliepen · hebben verslapen
to oversleep
Ik heb me verslapen en kwam te laat.
verspreidenA2
verspreidde · hebben verspreid
to spread
Het bericht werd snel verspreid.
versterkenB2
versterkte · hebben versterkt
to strengthen
Sport versterkt het gevoel van samenhorigheid in de buurt.
versturenA2
verstuurde · hebben verstuurd
to send off
Verstuur het formulier voor vrijdag.
vertalenA2
vertaalde · hebben vertaald
to translate
Kun je deze brief voor mij in het Engels vertalen?
vertegenwoordigenB2
vertegenwoordigde · hebben vertegenwoordigd
to represent
Zij vertegenwoordigt de bewoners in de gesprekken met de gemeente.
vertellenA1
vertelde · hebben verteld
to tell
Vertel eens, hoe was je dag?
vertrekkenA2irregular
vertrok · vertrokken · zijn vertrokken
to depart
De trein vertrekt over vijf minuten.
vertrouwenA1
vertrouwde · hebben vertrouwd
to trust
Ik vertrouw mijn buren, ze zijn altijd eerlijk.
het vertrouwen
trust, confidence
Het kost tijd om vertrouwen op te bouwen.
vervangenB1irregular
verving · vervingen · hebben vervangen
to replace
De monteur moet de kapotte lamp vervangen.
zich vervelenA2reflexive
verveelde · hebben verveeld
to be bored
De kinderen vervelen zich in de vakantie.
verwachtenA1
verwachtte · hebben verwacht
to expect
We verwachten hem om zes uur.
verwerkenB1
verwerkte · hebben verwerkt
to process, to absorb
Je moet de stof eerst goed verwerken.
verwijderenB1
verwijderde · hebben verwijderd
to remove, to delete
Je kunt oude berichten op je telefoon verwijderen.
verwijtenB2irregular
verweet · verweten · hebben verweten
to reproach
Zij verwijt hem zijn stilzwijgen.
verwijzenA2irregular
verwees · verwezen · hebben verwezen
to refer
De auteur verwijst naar eerder onderzoek.
verwoordenB2
verwoordde · hebben verwoord
to put into words
Hij kon zijn kritiek goed verwoorden.
verzamelenA2
verzamelde · hebben verzameld
to collect
Hij verzamelt oude postzegels.
verzettenA2
verzette · hebben verzet
to move, to reschedule (an appointment)
Kunnen we de afspraak naar vrijdag verzetten?
zich verzettenreflexive
to resist, to oppose
Veel bewoners verzetten zich tegen het plan.
verzinnenB1irregular
verzon · verzonnen · hebben verzonnen
to make up, to invent
Hij verzint altijd een smoes als hij te laat is.
verzoekenB1irregular
verzocht · verzochten · hebben verzocht
to request
Wij verzoeken u het formulier te ondertekenen.
verzorgenB1
verzorgde · hebben verzorgd
to care for
Zij verzorgt haar moeder thuis.
zich vestigenA2reflexive
vestigde · hebben gevestigd
to settle
Veel jonge gezinnen vestigen zich in deze wijk.
vierenA2
vierde · hebben gevierd
to celebrate
We vieren zaterdag de verjaardag van onze zoon.

