Vocabulary
1053 words · page 23 of 43
het monumentA2
monument
Dit pand is een beschermd monument.
de motorA2
engine; motorbike
De motor van de auto maakt een raar geluid.
de mouwA2
sleeve
Er zit een gat in de mouw van mijn jas.
de muntA2
coin
Heb je een munt van twee euro?
mint (the herb)
In de thee zit verse munt uit de tuin.
het muntgeldA2
coins
Voor de kar heb je muntgeld nodig.
het museumA2
museum
Het museum is op maandag gesloten.
de muurA1
wall
Aan de muur hangt een schilderij.
de muziekA1
music
Ik luister graag naar muziek.
de naamA1
name
Wat is jouw naam?
de nachtA1
night
Ik heb de hele nacht slecht geslapen.
de nachtdienstA2
night shift
Deze week heb ik nachtdienst.
de nagelA1
nail
Mijn nagels zijn te lang.
het nagerechtA2
dessert
Als nagerecht is er ijs.
de naturalisatieA2
naturalisation
Na naturalisatie krijg je het Nederlandse paspoort.
de natuurA2
nature
Op zondag wandelen we graag in de natuur.
het NederlandsA1
Dutch (language)
Ik leer al twee jaar Nederlands op een taalschool.
de neefA1
cousin (male), nephew
Mijn neef is even oud als ik.
de nekA1
neck
Ik heb een stijve nek.
het netwerkA2
network
Het netwerk lag er een halve dag uit.
de neusA1
nose
Mijn neus is verstopt.
de nichtA1
cousin (female), niece
Mijn nicht woont in Rotterdam.
de nierA1
kidney
Hij heeft problemen met zijn nieren.
het nieuwsA1
news
Ik volg het nieuws elke ochtend.
het niveauA2
level
Op welk niveau zit je nu?
het noordenA2
north
Groningen ligt in het noorden van Nederland.

