Je EigenRoute
Sign inRegister

Vocabulary

7085 words · page 227 of 284

  • de toekomstA2

    future

    In de toekomst wil ik verpleegkundige worden.

  • toekomstigB1

    future (adjective)

    De school informeert toekomstige leerlingen en hun ouders.

  • toelatenB1separableirregular

    liet toe · lieten toe · hebben toegelaten

    to admit, to allow

    Honden worden in deze winkel niet toegelaten.

  • de toelatingseisB2

    admission requirement

    Een van de toelatingseisen is taalniveau B2.

  • toelichtenB1separable

    lichtte toe · hebben toegelicht

    to explain, to elaborate

    Kunt u uw standpunt toelichten?

  • de toelichtingB1

    explanatory note

    Bij het formulier zit een korte toelichting.

  • toenA2

    when (past); then

    Toen ik klein was, woonde ik in een dorp.

  • de toenameB2

    increase

    Er is een toename van het aantal aanmeldingen.

  • de toendraB2

    tundra

    Op de toendra groeien geen bomen.

  • toenemenB1separableirregular

    nam toe · namen toe · zijn toegenomen

    to increase, to grow

    Het aantal ouderen in Nederland neemt toe.

  • toepassenB1separable

    paste toe · hebben toegepast

    to apply

    Pas de regel toe op deze zin.

  • de toepassingB1

    application, use

    Deze techniek heeft veel toepassingen in de zorg.

  • de toerB1

    tour, trip; feat

    Op zondag maken we vaak een toer met de fiets.

  • het toerismeB2

    tourism

    Het toerisme groeit sneller dan de stad aankan.

  • de toeristB1

    tourist

    In de zomer is de binnenstad vol toeristen.

  • toeristischB2

    touristic, touristy

    Dit dorp is erg toeristisch in de zomer.

  • het toernooiB2

    tournament

    Onze club organiseert elk jaar een toernooi.

  • de toeschouwerB2

    spectator

    Duizenden toeschouwers keken naar de wedstrijd.

  • de toeslagA2

    allowance, benefit

    Je kunt bij de Belastingdienst een toeslag aanvragen.

  • de toeslagaanvraagB1

    benefit application

    De toeslagaanvraag doe je online.

  • de toespraakB1

    speech, address

    Zijn toespraak duurde twintig minuten.

  • toestaanA2separableirregular

    stond toe · stonden toe · hebben toegestaan

    to allow

    Honden zijn hier niet toegestaan.

  • de toestandB1

    condition, state

    De toestand van de patiënt is stabiel.

  • het toestelB1

    device, set; aircraft

    Zet je toestel uit tijdens de vlucht.

  • de toestemmingB1

    permission

    Je hebt toestemming nodig van de gemeente.